Zaterdag 28 april 1917

Wat beter, regenachtig.

Altijd maar schieten. De Duitschers moeten in Vrankrijk terug, maar toch houden ze zich te vreden, het was hun plan.

Twee guiten van Tongerloo en Oeyen hadden den boschen in brand gestoken, strenge maatregelen moeten nemen tegen de smoorders onder de 18 jaar op straat verboden. Henri en Louise Van Gestel van Jan dochter Van Bavel en zoon Henri Rommens, aangehouden met smokkelen. De kleine ’s anderdaags naar huis, de ander Henri naar de Parapluie Breda. Louise maar een dag bak. Gaan alle dagen en alles ook voor de D.

Woensdag 25 april 1917

Altijd koud en stuur, er groeit niets. Geen enkel boomke bloeit, alleen de zwarte bezien hebben eenige bladeren.

Wij hooren altijd veel schieten, er moet een slag aan gang zijn tusschen Arras en Lens.

Gisteren kreeg ik een nummer 1 van het Heidebloemke gedrukt te St. Adresse, in de loopgraven van de kanten of volk van Hoogstraeten, Brecht, en omliggende dorpen bestemd. Men sprak er ook in over Meerle, dat ’s avonds het politiek van den oorlog uitgelegd wierde bij Mieken Damen achter de stoof. Ik raad wel wie dat schrijft.

Dinsdag 24 april 1917

’s Nachts vorst, in den dag zon, maar kwaad weder. Vandaag den 1000ste dag van den bitteren oorlog.

In Meir waren sedert zaterdag de D. weg, zondag gerecht, twee man naar Turnhout. Hier in Meerle  Vissers Sus, Verschuren zoon, te laat op straat, maandag zijn hout moeten klein maken op pas ambt. Verleden week moesten mannen van Beek, Meir, borduren halen te Strijbeek ’s middag weer terug dragen, echten dwang arbeid. Dan maar noei.

Maandag 23 april 1917

Schoon weder, koud schraal, winter, geen voeder voor vee.

Veel schieten westwaarts, om 4 uren ’s morgens zijn er vele menschen van wakker geworden, deuren rammelde ook de glazen der vensters.

Ik lees in de NRC, de rede van den eerste Engelsche minister, aan eene maaltijd van Amerikaanen in Londen. Hij wenscht de Amerikaanen geluk met hunne kamp en deelgenoot en verbonden van den strijd der Vrijheid, en beloofd met hen te samen aan de tafel te zitten bij de vrede voorwaarden, om de wereld eene onteverstooren vrede te schenken, ieder wij, geen vrees meer voor de wapen gerammel van schurken die geene menschen, of eere wetten of handteekens meer aanzien, alleen maar militaire dwingelanden en dit heeft Europa 50 jaren moeten dulden en Frankrijk moeten lijden. Dit is uit, amen en uit. Zie nummer van NRC van 13 april 1917.

Wat hebben ze moeten loopen en vele kanonnen in brand laten, de Engelsche en Franschen zijn zoo goed ingericht met de lichte dienst en wisten de paarden staan, die ze dood schoten dan moeten de kanonnen wel achter blijven.

Ik zie geen Leutnant Schmiele meer, zijn profetie komt niet uit, die ik van hem heb moeten hooren.

In Berlin is het niet pluis, de militairen zijn gelast met de order te houden, schrijft heden de Maasbode, het is slecht, geen eeten, geen stook en het beeld van Rusland dat kennen ze daar ook, maar komt het tot een treffen en de militairen doen niet mede, dan is het bloedig, zeker.

Zaterdag 21 april 1917

Beter weder.

Wij hooren veel schieten, geen verder nieuws. Te Meir zijn over eenige dagen juffers Beylen en van Cees Mertens en vingerhoutje op weg Zundert aangehouden als vroegere smokkelaars en valsche namen voor 3 maanden Parapluie te Breda.

In de week was in Breda geen brood, de broodkarren rijden niet meer uit, men plunderd ze leeg en werpt het geld in de kar, misschien allen niet. Zoo Breda lijdt ook honger.

Vrijdag 20 april 1917

Beter, droog, koud.

Veel schieten. General Van Bissing, gouverneur van België is te Brussel gestorven.

Gisteren was het controle, en de D. deelden brieven uit, dat vrouwen en meisjes ook ter controle moesten ingeschreven worden en komen alle maanden.

Te Meerle breken 8 Duitschers den brouwketel uit. ze slenteren door het dorp om brood, maar vinden geen. In den namiddag gaan ze naar de Dreef ook om den brouwketel en buizen uit te breken maar men was aan het brouwen, ze hadden allen nog toelating, maar ze wachten tot ’s anderdaags. In den namiddag kwam een overste bij mij om logist 8 man 1 dag 3 man voor 5 dagen (bij Hofkens).

Te Meir was het met rechten bijna afgeloopen. De Paters Capucienen met hun brouwgerief waren er niet in begrepen, maar Leutnant Schmiele, was geergert op de Capucienen en verlangde maar bewijzen dat het voor de Capucienen was. Maar Capucienen bestaan niet voor de wet, hij wilde maar bewijzen.

De vicaris kwam bij mij, ik gaf hem uittreksels uit het kadaster en verklaring dat het uitsluitend diende voor het klooster alleen, maar nog niet voldoende. Men leefde tusschen hoop en vrees, en nu zullen ze voorloopig alles laten bestaan bij de Capucienen.

Donderdag 19 april 1917

Veel gevrozen, men kan niet spaden, alles is zeer laat, geen blad of bloem open en het koorn is zeer kort en slecht, er staat niets op.

De boeren zijn uitgevoederd, en niets in de weide, al hoewel er sommige er naar toe moeten. De aardappelen zijn zeer raar. Sommige vlegers van boeren vroegen al 20 fr. van plantgoed en de D. koopen ze op. Antoon Jespers en andere loopen rond à 25 fr. koorn aan 1 mark zeggen ze. Landverraders.