Zondag 16 februari 1919

Dooi, vorst, men kan bijna niet meer schatsen.

Dupret is gekomen, ook madame en Marcel. In Holland is groot en klein bezig met Zeeland en de Belgische eischen. De independance Belge troeft ter dege op Hollanders, als angstig, guldenachtig en pro Duitsch, verwijt aan koninging Wilhelmina dat ze een telegram heeft gezonden bij de opening der Vlaamsche Hoogeschool te Gent en ook Limburg heeft open gehouden voor de terugkeerende Duitschers. Zie N.R.C. vrijdag 14.

De vrederechter komt mij spreken over de smokkelaars

Vrijdag 14 februari 1919

Begin van stillen dooi.

Weinig nieuws. Polen en Duitschland vechten. De vredevergaderingen willen een kloek Polen maken, ook eene internationale macht om den vrede te bewaren, waar vreemde soldaten zullen aanvaard worden en die zullen in Frankrijk verblijven. Engeland houdt de politie op zee. België heeft voor de vredecommissie hare vragen ingediend om te bekomen, de linker scheldeoever, Zeeland als zijnde altijd Belgisch geweest. Ook een deel van Limburg als zijnde afgenomen tegen wil en dank der inwoners in 1839. Nu willen ze Hollandsch blijven met geweld. Holland heeft de onzijdigheid geschonden met Duitsche troepen te laten terugtrekken door Limburg, hierover is al veel gekrakeeld. De soldaten met Leutnant Schmiele die hier in Hoogstraten lagen zijn langs Baarle Nassau naar Duitschland gevaren. In de N.R.C. staat een hoofdartikel geteekend dier er tegen op komt: Belgische Vrijmoedigheid.