Dinsdag 26 juni 1917

Regen, goed weder.

Geen nieuws.

Er zijn gisteren 10 vreemde soldaten gekomen en die beginnen alles af te zoeken, vinden overal graan, haver, velobanden, prikkeldraad enzovoort. Het schijnt dat hun stiel kennen. Bij Meeuws en C. de Bie, Jos Schrijvers overal hebben gezocht, bedden, strooi, in de schuur, schuiven, kassen, alles om gezet. Ik heb er 4 moeten logist geven bij Havermans en Tout.

Maandag 25 juni 1917

Goed weder, geen nieuws.

Het was maar enkel controle voor de paarden, dit was eene groote verlichting voor de boeren. Een kwartier voor vertrek kwam er tijding dat wij allen burgemeester, secretaris, … er moesten zijn. Met zwarte broek er naar toe. Vergadering gehouden over het schatten van den oogst is besloten ter plaatse. Wij zijn maar van plan de slechte hoeken te schatten en er voor vermindering te vragen.

Zondag 24 juni 1917

Goed weder.

Geen nieuws van oorlog.

Om 8 uren komen er bevelen, onder andere, dat morgen om 12 uur eene opgave moet gedaan worden van de katten, ook dat men ze wil koopen voor 2-3 mark. Ik laat het aanplakken en schreef erbij de katten en katers ook, daar heeft men plezier mede gehoudt. Wij hebben geschat dat er 400 stuk zijn in de gemeente.

Zaterdag 23 juni 1917

Goed weder, geen nieuws over oorlog.

Maandag is het weer monstering over paarden. Geloop om te huis te zijn en te blijven, voer veulen merriën. Men brengt al aangeslagen graan naar de zaal.

Hendrik Smits is met het inbrengen van N.R.C. gepakt aan vossenpad, moest mede naar pasambt en daar gehouden tot het vertrek van den tram om 11 uren om mede naar Turnhout te voere en men reed met hem zijne deur voorbij met eenen gewapende soldaat, toen was Smits toch benaauwd, nu is het erg, ik ben er aan, maar aan de wissel liet men hem naar huis gaan en nu moet hij eene kar hout klein maken op het pasambt en hij mag op geen 500 meter meer van den grenzen komen. Harde straf, maar hij is toch nog de lieveling van Leutenant Schmiele, die hem toch zelfs met Lang gepakt hebben.

Woensdag 20 juni 1917

Schoon weder, warm.

Van oorlog weinig nieuws.

Ik ben naar Chaam geweest en heb eenen langen brief naar J. geschreven. Ik moest hem smokkelen, dat is altijd wat vreesachtig. Juist ging ik uit of onderofficier Lang een lang pietje de dood kwam bij ons en vroeg naar den haveropkooper. U kunt geen haver vinden, wij zullen gaan zoeken en ze zochten en hadden seffens, Elsakker, Oosteneinde, Groot Eisel, enzovoort afgezocht en vele boeren gepakt. Het is erg, maar de boeren verklaarden mij, dat er geene meer was. Eene dezelfde dag Sus Gijsbrechts kwaam in het gemeentehuis zeggen: dat de D. hen hadden verklaard, dat de paarden geen haver noodig hadden (burgmeester). Ik deed dien prater bij mij komen en waschte hem ter dege den bol en maakte hem bang dat ik de zaak niet stil liet en liet hem staan. Een kwaart uurs later was het wijf al bij mij, om genade, met geween enzovoort enzovoort. ’s Anderdaags nog, zoo dat ik eindelijk verworven ben aan ons volk, bood ze geld, enzovoort, die zal niet meer praten (de burgemeester zegt dit of dat).

Dezelfde dag moest Toon Broekmans van de Dreef op het pasmabt komen, hij verzond vele brieven naar het front, hij moest schrijven, zijne plichtigheid most hij bekennen, men deed terwijl bij hem huiszoeking, zonder uitslag, maar Toon was nog altijd op het pasambt, men wilde maar weten van wie die brieven kwamen, Toon kende hem niet (niet waar), zegde hij, maar hij zal zondag wier komen en dan zal ik het vragen. Dit was de leutenant goed, maar zoo dacht Toon, kan ik nog naar huis en terstond over de grens met wijf en meubelen. De leutenant meende dien zondag Toon en den vreemde brievenbrenger te snappen. Fijn gespeeld.

Maandag 18 juni 1917

Heet, eenige wolken, wat donder, eenige druppelen regen, de planting van bieten gaat moeilijk.

Ik ontvang bericht, dat de gebrande peerden op 25 juni te Minderhout op de munstering moeten komen. Weer een kwade slag voor de boeren.

Tegen avond kwam leutenant Schmiele bij mij spreken, over de frambozenverkoop. Hij wilde met Carlier niet handelen die gaf te weinig. Wil de frambozen naar Holland laten zenden. Goed. Sprak over Cees Hollanders gaf mij een brief aan zijnen broeder Jef om terug te komen, zoude alles goed stellen en eene kleine straf krijgen dan kan Cees terug komen. Beloofde mij twee kleine pakjes van 6 kilo mede te geven tot Hoogstraeten voor de familie. Wilde mij uithooren of doen zeggen dat ik liever Hollander zoude wezen als Belger, dat wilde ik niet. Hij pronkt maar op Holland en deed de Broqueville doorgaan als den aanstaande hervomer als een Fransch Belgique. Hij sprak ook over Meerle dat hoorde aan Holland. Ik heb nog inlichtingen kunnen geven over de pogingen der grensregeling tusschen Baarle Duc en Baarle Nassau.