Woensdag 11 december 1918

Warm nat weder.

Er is weinig nieuws.

Er komen vele mannen, om velo te rijden en op reis te gaan. De gendarmerie ziet er niet naar. Er is veel gevraag om vee, er worden er veel verkocht, allen voor Vlaanderen, bijzonder melkvee, de boter is 12,50 fr. de kilog. er is er weinig, de eyeren zijn 1 mark.

Postdienst gaat nu regelmatig, het post is maar 10 centimen, zoo is het al geheel de week. Rijn Westfalen Keulen en Aken wilden een republiek maken, dit volk is katoliek.

Ik wandel met Vital rond. Watermolen Elsakker.

Maandag 9 december 1918

Hetzelfde nat weder.

Ik weet weinig nieuws. Er is eene bijeenkomst geweest te Keulen, eene vergadering geweest om een Rijns Westfaalsche  Republiek te stichten, alle partijen hadden er genoeg mede.

Men vraagt inlichtingen voor Procureur voor A. Van Den Heyning, De Meester, Broekmans, C. Jespers en nu is Antoon Antonissen nog aangehouden. Victor Rommens moet morgen woensdag naar den onderzoeksrechter en donderdag M. Guissons den ontvanger. Alles over den smokkel handel met de vijanden.

Wij lezen schoone verhalen van onzen Josef in het Heidebloemke, nog al goed geschreven.

Zaterdag 7 december 1918

Goed weder.

De Belgen liggen in Aken en hebben strenge maatregelen voorgeschreven, juist zoo als de Duitschers hier in Belgie deden.

Onzen Duitschen Czaar Leutenant Schmiele is van de landweer, Neuss. Het volgende lezen wij in de Gazet van Hoogstraeten, die in oorlogstijd niets durfde zeggen, van dat er in Hoogstraeten gebeurde, dus ook een eerste bange haas of spilzak.

“Op December heeft de Belgische 3de brigade ruiterij de stad Neuss bezet. Dit bericht herinnert ons de duitsche bezetting van den Landsturm Neuss, die we hier in 1916 hebben gehad en waar van de spion-dictator Schmiele van onzaliger gedachtenis deel uitmaakte. Onze mannen zullen nu toonen dat ze ginder ook passen kunnen geven.”

In Meerle is Schmiele 3 jaar verbleven op het Santvliet van Ms. Dupret, en gaf daar de passen bevelen aan Meerle, Meer en Minderhout. Wij noemen hem in het genipt de Baron van Santvliet.

In Engeland heeft een schoone intime zaak zich voorgedaan. Gewezen Keizerin Eugenia weduwe van Napoleon III 92 jaar heeft te voet steunende op hare neef Prins Napoleon en zijne vrouw Clementina dochter van Leopold II eene bedevaart te voet (wilde dat zoo hebben) gedaan naar het graf van haren gemaal en haren zoon Louis, op 20 jarigen ouderdom in het Eng. Zoulou land gevallen, om daar te bidden en ook hun de tijding te brengen dat Frankrijks onrecht hersteld was dat de Elsas en Lotharingen met het moederland vereenigd waren, en dat de oude fransche eer ongeschonden was wedergesteld. Nu kan ik sterven.

Vrijdag 6 december 1918

Goed weder.

De aangehoudene smokkelaars hadden in Turnhout allen de koorden aan, ze zijn niet te huis gekomen.

Vandaag om twaalf uren kregen wij eenen S.M. Militaire brief aan Mijnheer Van Nueten.

Het was de zoo lang verlangde tijding, maar helaas ze was zeer droevig.

Uit Aarschot schreef ons een kameraad van Josef, dat er nu weer correspondentie was en dat hij de belofte die zij elkander gedaan hadden ging vervullen. Voor het optrekken naar het slagveld, bij het laatste offensief, hadden wij elkander beloofd ingeval van ongeval onmiddellijk de familie te zullen verwittigen en dit volbracht hij nu.

Uwen zoon Josef, mijn beste kameraad sedert onze kennismaken van Dieppe, is op 23 october om 3 ½ uur te Hansbeke in eene weide door een obus getroffen aan de linkerhand en arm en aangezicht, en zwaar in de borst getroffen, waarna hij onmiddellijk is gestorven, op slag dood. Er was geen tijd om hem op een kerkhof te begraven, wij hebben zijn graf met bloemen versierd, een kruis met naam, er de naam ingehard, en in eene flesch met zijn naam in het graf geborgen. Ik za UE persoonlijk een bezoek brengen zoo haast ik een verlof kan bekomen.

Een brave trouwe kameraad, hij beschrijft mij nog dat het graf ligt op de weg van Hansbeke naar Bellem in een weide op den linkerkant, waar in een huis staat, Veldstraat 22.

Ik zal trachten een plaats op het kerkhof te bekomen, voor mijn betreurden zoon, te vroeg op 30 jarige en 4 dagen gevallen op het eereveld en voor Recht en Vaderland. Onze harte bloeden, maar wij troosten ons gods wille geschiede, alhoewel wij hem zoo gaarn, na 4 jaar en 3 maanden strijd op den dageraad van den vrede (15 dagen ervoor 11 November) te moeten vallen, in en door vreemde handen begraven, verre van uwe heimat waar wij allen zoo vele dagen ongeduldig uit zagen, nu wij van alle kanten en dagen alle de soldaten wel varend zagen wederkomen, en in zeer goeden toestand, welvarend in vleesch en bloed. Zonder te morren nemen wij de besluiten der voorzienigheid aan, en verhopen voor hem als martelaar voor Godsdienst, Recht, Vaderland, te vallen hebben voldaan, en reeds hun eeuwige vaderland bewoonen om het nimmer te verliezen. Zoo schreef Monseigneur of Eminentie Mercier van Mechelen over de gevallen soldaten, RIP.

Bij alle deelneming spreken allen lof van Josef, en ook de leden der harmonie zijn allen droevig voor hunnen kloeken medeburger.

Wie was hij. Een slanke rijzige levenlustige jongen, altijd bereidwillig om ieder een dienst te bewijzen, ja tot te veel opoffering bereid.

Hij hadt zijne humaniteiten gedaan en het St. Josef Collegie te Turnhout, in het lot gevallen, een jaar uitgesteld geweest voor zwakte, toen 2 ½ jaar actieven dienst gedaan en daar na ruim vier jaar vechtsoldaat. In zijne jeugd was hij een klein zwak manneke, maar op groote (18 j.) is hij met levertraan te nemen tot een groote man (1,70m.) op gegroeid en was een kloeke gaander, en sportman. Hij was een uitstekend musikant en een beste zanger. Wij herrineren ons nog altijd zijn lied. Aan de katsboch neer gevallen verstikt hij in zijn bloed, maar een klank van victorie vlug dien sterven franschen soldaat in het oor, en hij neemt zijne trompet en zijn laatste adem blaast hij over de velden: Victoria, victoria, victoria, en hij valt stervende neer. Dien hadt zijn plicht gedaan. De Vlaamsche Leeuw kon hij ook forsch zingen, hij was een goede tooneelspeler, en kon zeer goed diclameeren zoo als in de zaal. De stervende jongeling van Van Beers, en andere.

Hij was een liefhebber van pluimvee en duiven en kende goed de rassen, hij won nog prijzen op ten toonstellingen en vluchten. Zoo ook naar honden.

Een ieder betreurt hem.

Donderdag 5 december 1918

Schoon weder, zon gezien.

Ik schrijf vandaag aan de Chef de Musique van het 20e leger dat nu rond Herve ligt of misschien al in Duitschland. Ik zal brieven mede geven naar Le Havre, meer nieuws weten wij vandaag niet.

Ik lees in het Handelsblad dat er vele worden aangehouden die betrekkingen hebben gehad met de Duitschers bijzonder de handelaars.

Gustave Van Nueten komt ons vandaag bezoeken, hij weet niets van Josef. Hij vertelt ook vele voorvallen uit Zoersel.

Woensdag 4 december 1918

Droog gebleven, mistig.

Deze morgen zijn vier smokkelbazen naar Turnhout gevoerd met den tram. Cees Jespers, P. Broekmans Dreef, H. De Meester en Louis Antonissen uit de Mosten en Adriaan Van Den Heyning, allen gepatenteerde buk verkoopers, ook zulk getal uit Meer. Jan Herijgers, zoon van Toon een Van Hees.

De commandant hadt bij ons al sargien gehaald, ze hebben meest in den amigo geslapen. Met twee gendarmen en twee soldaten zijn ze weg gevoerd.

Tegen avond kwam de soldaat Leunen bij ons, en vertelde dat hij onzen Josef gezien hadt te Zarren Linden in Oost Vlaanderen dat hij hem binnen riep: Leunen wanneer gaan wij naar Meerle. Hij was op den biljard aan het spelen, wat over wit en zwart gesproken, waren ze gescheiden, au revoir. Later eenige dagen daarna ontmoette hij een musikant van het 20e, vroeger 10 Reg. en hij zegde de complementen aan Van Nueten. Hij antwoorde, Van Nueten is weg gedragen, meer wist hij niet. Hij was zoo danig aangedaan dat hij niet wist of hij dood was, gekwetst (maar hij zal het niet gaarn willen zeggen). Hij moet een gekwetst gedragen hebben uit de eerste linie en dan maken de Duitschers een gordijn vuur kruisvuur tusschen de eerste en tweede linie en hier mede zoude hij getroffen zijn.

Wij zijn nog altijd in het onzekere, maar Gods wil geschiede, hoe zeer het hart ook bloedt.

Vandaag zie ik nog een trompetter Sus Wilbordts uit de La Havre en die zal ik een brief mee geven om inlichtingen over onzen Josef. Frans Broekmans en P. Aerts, allen achterblijvers en zonder vast nieuws van leven of dood.

Het Regiment van Josef ligt nu al te Herve en zit nu al in Duitschland. In Luik heeft het den koning helpen inhalen, den Prins Leopold aan het hoofd.

Dinsdag 3 december 1918

Goed weder.

Er is weinig nieuws. De Engelschen en Franschen zoeken spijkers bij laag water zeggen de Hollanders, daar zij troepen laten naar huis gaan over Hollandsch Limburg, en ook booten interneeren. Er is veel geschrijf dat Holland, De Keizer en kroonprins zal moeten uitleveren, en ze schijnen niet genegen.

In Engeland zegt men dat hij schuld heeft aan 22 millioen moorden, verminkingen en andere ongelukken De Kop af is niet genoeg, doodschieten ook niet, maar hem op hangen, en de goederen aanslaan.

Julia komt terug van Antwerpen zonder nieuws van onzen Josef.

Maandag 2 december 1918

Koud weder.

Wij ontvangen een tweede brief over Josef van Leuven, Vital hadt hem al afgewacht. Het nieuws is verteld door Const. Van De Heyning, die was in Gent bij eenen Leunen van Hoogstraten geweest en die hadt hem zoo verteld.

Ik ben bij makkers van Josef Van Nueten geweest en die zegde dat ze Josef hadden zien weg dragen, was hij dood of gekwetst dat wist hij niet.

Onze meisjes spoorden naar Hoogstraten, om daar Leunen te zien, maar er was geen Leunen te huis geweest, alleen hadt hij aan zijne moeder geschreven dat hij zoude aankomen. Bovengemelde gebeurde dan te Deurle boven Gent.

Hendrik Smits kwam deze avond bij mij, en zegde dat Josef te Selzate gevallen en begraven was, dat hij te paard getroffen (rijdende) was, met dat nieuws leven wij voort.

Ik ben zonder hoop omdat er geen brief of kaart komt.

Hij is bij de 4de Divisie, en die schijnt aangeduid om naar Dusseldorf te trekken, rede te meer om te schrijfen of te komen. Waar zijn zijne kameraden? Wat schoone taak eenige woorden te schrijven aan bekende van gevallen kameraden. Wat aardige zeden.

Deze middag trekken Antonie en Julia naar Antwerpen om nieuws om vaste berichten te bekomen. Hoop doet leven.

Jan Verbunt en Alfons stonden bij elkander eer komt een bal, die doorschiet Jan en rukt een stuk uit den kapoot van Alfons. Jan leefde nog drij dagen in veel pijn.

Eene Van Gils van Louis schijnt ook dood te zijn.

Er was vandaag bij ons zulk een bezoek met mijne afwezigheid, dat er 25 mannen in huis geweest zijn over alle onderwerpen te spreken.

De boerderij van Marie Rommens is heden ook verkocht groot 4,95 hectaren, 22 duizend franken.