Zaterdag 20 april 1918

Gevrozen deze nacht.

Weinig nieuws. Gisterenavond is er fel geschoten. Toen wij te bed waren rammelde deuren en vensters nog hard.

(Kantlijn: N.R.C. 19-20 april) Cardinaal Mercier, protesteert in eenen brief die in de kerken moet gelezen worden tegen het in beslag nemen der klokken en orgels. Hij aanziet ze als voorwerpen van den Godsdienst gewijdt en gezalfd, verbied aan de geestelijkheid en gelovigen er aan mede te helpen ook de betaling te weigeren. Zal dit weer zonder stooten voorbij gaan? Te Gent is burgemeester Braun en de schepen Van Weert gestraft en naar Duitschland vervoerd de schepenen Cappieters, Heynotrichte, Anseele hebben hun ambt neergelegd. Professor de Bruyne is als schepen afgezet, als burgemeester te Gent is benoemd den Duitschen burgemeester van Posen. Plancquart Hector Wannijn schoolbaas, Van Der Spurt tandentrekker, Foznier professor en Huybrechts als commissarisen schepen de stad Gent benoemd. L. Frank (Kantlijn: Hij hadt eene rede gehouden zonder toelating) van Antwerpen en Strauss zijn gestraf en naar Duitschland vervoerd. Frank was het hoofd van de bevoorrading in België, een knap bestuuder. Pieter Daems, volksvertegenwoordiger is gestorven, Hector Plancquart zijn opvolger. Daems hadt de scheiding van Vlaanderen geteekend, hij alleen als volksvertegenwoordiger. (Kantlijn: Representanten) Augustijns L. en A. Heyndrickx weigerde dit te teekenen, maakte alleen deel van den raad van Vlaanderen. Geen ander volksvertegenwoordigers spande met de activisten openlijk aan.

Vrijdag 19 april 1918

Deze morgen lag er eene laag sneeuw en hagel.

De Engelschen hebben hunne troepen terug getrokken en zullen Yperen prijs geven. De Belgen hebben kloek gevochten. Ze hebben 600 krijgsgevangen gemaakt, maar hoeveel landgenooten zullen er gevallen zijn. Calais en Boulogne en Duinkerken zijn bedreigd. Er zijn Fransche troepen ter ondersteuning.

In Holland is vleeschnood. In Breda is een kil. geitenvleesch 10 gulden = 30 frank, voor een konijn geeft men ook 10 guldens. Geiten en konijnen mag men slachten anders niets. De beenhouwers verkopen visch. Dus armoede, weinig brood, zoogenaam geen vleesch en wat aardappelen, de boeren zijn er wederom best af. Er komt maar smokkel, nog al goede koeien met chocolade, schoenen, zaden, alle weeken laad men voor meer dan 100 duizend marken en dat schuim van volk wint schattens, koopen ieder gramaphone, het beste vleesch, beste drank, nemen borrels van 0.50 frank en beste fijne sigaren. Wat zal hunne straf zijn? Voor de landveraders. Waarom ze niet onschadelijk gemaakt door ingestelde krijgsmacht. Hunne aanhang wordt alle dagen grooter. Frans Theuns en Bruygoms zoon zijn ook al van de partij. Leutnant Schmiele heeft den doctor ondervraagd en hem beschuldigd de Hol. bladen in  te lichten over Meerle en omstreken. Hollandse bediende komen op een glas wijn op het pasambt. Gevaarlijke kalanten voor de Belgen, verklikkers. Het vee is zeer duur, niet te koopen voor jonge verkens vraagt men nu 90 à 100 frank en in de toekomst 100 mark = 125 frank.

Donderdag 18 april 1918

Regenachtig weder, zeer koud, stuur en zure noordewind.

Het nieuws is altijd maar slecht. De Engelschen kunnen het niet houden. Poelcappele en Langemark zijn in Duitsche handen. Bolo een groote spion uit de groote Fransche wereld is gisteren om 7 uren dood geschoten. Een paar dagen vroeger wilde hij nog geheimen bekend maken. Het hielp niet. Zijn broeder is bischop, het hielp hem niet. Hij was dertig jaren afwezig geweest, verloren kragt, is ook muzelman geweest. Hij leefde nu op groote schaal met Duits geld. Senator Humbert Cailleaux oud minister waren zijne vrienden, maar zitten ook allen te wachten naar hun vonnis. Parijs is nog al beschoten met het groot kanon. Er zijn bommen gevallen en een moedershuis waar moeders en kinderen gedood zijn, ook nu in een vrouwenatelier.

Dinsdag 16 april 1918

Goed zoelweder.

Geene merkelijke veranderingen aan het front. Wij hooren nog al veel schieten. Czerzin den Oostenrijkse minister heeft zijn demisie moeten geven, oorzaak: brief van keizer Karel. In Duitsland groote herrie daarover. De vrouw van den Kantonnier van Meir, de vrouw van een kasseir (een groffe) en een zoon van Knevels van Meerle zijn heden (over drij dagen) naar Turnhout. Het worstenfabriek voor de D. en de stallingen ligt stil, het vee is raar en duur. Jonge verkens gelden 90 Frank. Men wil nog meer geven. Woekersprijzen. Overal staan de plankjes met naam op de koornakkers.

Maandag 15 april 1918

Mistig weder, nat.

De Engelsche moeten nog altijd wijken. De Duitschers trekken in de richting van Hoozebroek. Kunnen ze dat onder vuur nemen dan vervallen statie en knoopunt van ijzeren wegen. Men is maar teleurgesteld hier en elders en begint te vreezen, dat de overwinning nog zoo gaauw niet zal behaald zijn. Alleman is mishaastig en waarlijk de toestand is bedenkelijk. In België liggen de rechtbanken, omdat drij rechters die vervolgingen instelden tegen den raad van Vlaanderen naar Deutschland heeft vervoerd. De procureur van Turnhout schrijft dat hij geene gevangenen meer aanneemt, niet meer werkzaam is maar op post blijft. De Duitschers willen Duitsche rechtbanken inrichten, maar dan zullen de advokaten niet willen pleiten.

Zondag 14 april 1918

Koud en regenachtig.

Gisterenavond veel geschut gehoord. Zondags komt de N.R.C. niet.

Er is eene Duitsche onderzoeksvrouw woonachtig op het einde der Dreef. Na het vertrek van Oyen en diens vrouw moest men eene werkvrouwe hebben, met moeite en door groote nood en armoede heeft Cee Kleeren weduwe Bervoets dit aangenomen met een kind van 2 maanden, schoon. Henri Smits zegt dat mijnheer Dupret gevangen is te Turnhout, Hij, Smits, is ondervraagd door leutenant Schmiele of de verklaring van Dupret, dat Smits hier te Meerle zijn bestuurder is, waar is, het geen Smits ontkend, dan hadt Dupret geene schuld gehadt en dan waren de verklaringen van Henri Oyen en vrouw ongeldig. Nu is Smits voor den tweeden maal ondervraagd en zal nu buiten slag blijven, maar schrijft Dupret weer, eene verklaring en nu moet den boschwachter Jan Wezenbeek komen en ook Madame Dupret. Hoe meer hij spreekt en schrijft en de schuld op andere wil schuiven, zoo veel te dieper gaat hij er in. Men zal hem zeker niet sparen. Volgens de leutenant zit Dupret in Turnhout.