Dinsdag 16 juli 1918

De morgen van 4 uren donderbuien en stortregens tot 10 uren. In den namiddag was het drukkend, stikkend, de termometer wees 30 graden.

Rond vijf uren overleed Eerwaarde Moeder Mathilda Harrewijn, oud 72 jaar gedurende bijna 50 jaar onderwijzeres te Meerle, waar zij altijd is werkzaam geweest na haar diploma en er vele leerlingen heeft gevormd, die nog uitschijnen door hare bekwaamheid. Het was eene sterke vrouw, moedig, niet bang van uitgeven, zij boude een nieuw verdiep op het klooster, nieuwe schoollokalen en nu in den oorlog het nieuwe groote schoollokaal. (Kantlijn: op mijn verzoek ook het boeren begonnen. Wilde nog een kapel en modelhoeve bouwen). Zij stichte ook het weezenhuis en onderhield er 60 à 70 weeskinderen, of verlaten kinderen, die er bleven tot 18 jaar en in alles onderwezen en opgevoed waren, zoo goed als in het beste pensionnaat en dit voor een prijs van 10 frank per maand, kost en kleederen. Wie kan dat nog? Voor mij zeldzaam. De Inspecteur Heinz lib. getuigde van haar en had er veel eerbied en genegenheid voor tot nu toe. In den schoolstrijd J’au été coi devant une femme, croyez vous célà (kantlijn: battre parillon). Zij kon alles aanbrengen met weerdigheid en overtuiging die eerbied afdwong. Dit verklaarde hij zelfs aan collega’s. De heer pastoor wilde bij haar ook meester spelen en de gelden door haar familielid, pastoor Mertens, voor het lager onderwijs bestemd, maar behouden, maar ze kreeg gelijk in Mechelen en hij moest afdokken, niet gaarn, later altijd gedaan met haar en kwaad. Ik heb ze ook gehad voor bondgenoot in zake onderwijs, maar ze was van haard woord, tegen pastoor en Jespers en Inspecteur in. Ze heeft vele diensten bewezen, onvergeld en zij was gentelman, hadt opvoeding, kende manieren en was ter taal en sprak best Fransch van geheel het dorp. Hare scholen waren modellen. De heere zal haar loonen voor haare werken, want hier heeft ze geene belooning gehadt Ik was dikwijls haar helper en raadgever. Ik had haar vertrouwen en ik bouwd op haar. (Kantlijn: verkleefd aan onze familie). Ruste zacht en tot wederziens. R.I.P.

Zondagavond is er rond Reims en offensiefs der Duitschers begonnen. De avond van het nationale feest. De slag is aangang op 80 kilometers. Des avonds, hooren wij goed schieten.

Zondag 14 juli 1918

Schoon weder, wat beter.

Bijna geen oorlognieuws.

Vandaag nationale feestdag in Vrankrijk. De Rijkskansilier heeft in den Rijksdag veel gesproken over België als volgt. Duitschland behoud België niet, alleen is het voor hun een pand en komt men alles niet na, dan behoud men den pand. Dus krijgt hij zijn schepen, zijn afrika of iets anders niet terug dan heeft hij een pand aan België. Algemeene bijval. De Germania is wel zoo stout te zeggen: onzen grenstoestand moet ongeschonden blijven, daar raakt men niet aan, maar wat deed men met België, dat door wie aangevallen?

Vrijdag 12 juli 1918

Regenachtig weder, blijft te koud. De aardappelen hebben veel de krol aan de bladeren, er zullen er weinig zijn.

Er is eene ziekte verschrenen, eerst in Frankrijk, later veel in Spangie, men noemt ze de Spaansche griep, nu is ze in Engeland en Duitscheland, aan de Hollandsche grenzen het duurd maar goed 2 à 3 dagen, eene soort influenza, duizende zieken maar weinig met doodelijken afloop.

Vandaag vergadering met burgemeesters, op het pasambt, stellen de prijs de prijs van het slachtbaar vee boven de 18 maanden 1ste soort 5 frank, 2de  soort 4,50 frank, 3de soort 4,00 frank per kil, hooger mag men niet verkoopen. (Kantlijn: op de markt te wegen bascule te Strijbeek uitbreken en daar plaatsten). Heer leutnant verteld ons burgemeester vertrouwelijk dat er eenige geestelijken begenadigd zijn die ter dood veroordeeld waren, omdat ze maar courrier overdragers van brieven geweest waren, den inhoud onkundig, en ook dat ze alles verklaard, verraden hebben, ook waren de straffen van Meyers Fr. Godijn cantonier Minderhout op 15 jaar teruggebracht, ook vrouwe Vl. J.D.K. Meerle nu op 10 jaar, ook vermindering genoten, daar ze alles nu heeft bekend gemaakt, heeft zoo verraden en dat men er meer heeft kunnen vatten. (Kantlijn: In Minderhout zijn er nog plichtige ook nog 2 in Meerle zegt hij). Vrouwe Boven, vrouw van een gendarm, is ook zoo genoemd door hem. Ik weet nog uit andere bron, dat hier een goed gekend soldaat Hendrik (hij heeft voor mij ook boodschappen gedaan in Merxplas) dat dien doodegeschoten is, een goede jongen. Vrouw Vl. J.D.K. heeft ons schandig bedrogen en werkte alleen om geld, geen vaderlandsliefde. Hoeveel geschaft? DROEVIG? verraders, zegde hij, sic.

Woensdag 10 juli 1918

Weinig beter, warm maar schraal en stil.

Van oorlog weinig nieuws. In Rusland is het bijna revolutie, tusschen de twee groote partijen en voor de Boljuwoki trekken de Duitschers partij. De Duitshce gezant Von Mirbuck is te Moscou doogeschten met revolvers en nog met zak granaten beworpen. (Kantlijn: 2000 man zijn er voor dood geschoten die in kennis met de daders waren). Twee mannen kwamen hem spreken en toen is dit gebeurd. Groot lawai dat zeker. De moordenaars zijn in auto gesprongen en ontkomen.

Hondenkeuring te Minderhout. Wij hebben aangeplakt: Die beslagnahm den Hunde sind wie folgt vor zu füren. Voorfurungsort Gemeite Meerle, Minderhout, Kirckplatz. 10 July 3 uhr nachmittags. Der oberquotermeister. Sydoiw.

Om elf uren trok met de veldwachter en onzen blak met tram naar Minderhout, daar kwamen de honden van Meerle, Meir, en Minderhout. Een dertigtal Duitschers kwamen op tijd af, plaatsten 4 groote tafels, 10 meter van elkander en men riep Meerle op, ieder leider van een hond moest zijn pas geven, met gaf een roode kaart, daarbij men zag de groote en de tanden na. Waren de tanden en hoogte goed, dan ging hond en eigenaar naar de tweede tafel, waar een leutnant en eenige meerdere nog enkele uitstelten en den prijs stelden dan kreeg ieder eigenaar een briefke met melding dat uw hond afgenomen was, dat men hem zoud proberen en was hij goed (doorstreept: kreeg) dan betaalde men 10, 15, 20, 25 mark later. Dan leide de eigenaar de hond naar de derde tafel, daar stonden zes jonge soldaten, die deden den hond eene nieuwe keting aan de hals en een lange dunne koord met een waterstrop rond het bakkes, dit achter de ooren toe gebonden en 1.2.3. ieder soldaat nam een poot en den kap en de hond lag op de tafel daar hielden ze ze vast en men trok den recht achter bel op, men schoor hem van binnen geheel kaal met een machien, de honden die hoesten wel eens, maar bleefen alle stil, de eigenaar was met band en zeel al weg, dit gedaan liet men ze opspringen, ze mogen drinken en gingen naar de laatste tafel, weer 1.2.3 en daar lag de honde weer op zijn rug en stond nu bij de tatoeeerde met een piknaald binnen in de kalen bil de nummer, gemeente enz., dit duurde 5 minuten en men leide den hond op het kerkhof, bonden ze aan de tralien van de grafkelder Jacquemijns en later zijn ze naar den wagon geleid en waren er bijna 50 medegenomen, onze Blak heb ik kunnen behouden met er een politiehond van te maken. Auf gestellte bitte, unter Vormerkung der Notwendigkeit für die offentliche ordnung zurück gestellt. Zoo bleef onze hond te huis anders was hij weg geweest. Alles in naam Polizei hundstelle Lüttich. Ik en de veldwachter kwamen om vijf uren moede, maar tevreden te huis. De soldaten waren lompe strenge mannen verstonden geen Vlaamsch.

Dinsdag 9 juli 1918

Droog en schraal.

Weinig nieuws van oorlog.

Van Kulman, Duitsche ministers, is moeten aftreden, hij hadt durven zeggen dat eene overwinning met de wapens, moeilijk zoude zijn enz. Men viel hem overal aan.

Vandaag zette men een wagen aan de Gendarmerie en daar moesten wij alle de meubelen van Henri Oyen in laden, en ik deed dat maken na de goederen Dupret er uit te houden.