Maandag 8 oktober 1917

Ruw regenachtig weder.
Van oorlog weinig nieuws. Er zijn geen gazetten gekomen, alleen het Hoogstraatsche.
Wij hebben nu eenige brieven gekregen, ten deele is de postdienst in gang na 10 dagen stilstand. Officiële brieven mogen passeren, express niet van mij – erger?
Ik liet dezen morgen Burgemeester Minderhout Peer Vermeeren verwittigen om 9 uren en om 11 uren waren wij allen op het Pasambt. Meir was ook present. Onder veel gepraat: besloten uit geval Vermeeren: aan Duitsch bestuur aan te vragen, om de Belgen die op de grenzen, in Holland boeren, toe te laten mestof te gebruiken, en de vruchten terug in Belgie te brengen, ook te Breda, Ginneken, Chaam en Baarle, aan de burgemeesters de toelating daar toe zien te bekomen, dan zal Leutnant Schmiele bij zijn bestuur de zaak vervorden. Hier zijn nog maetregelen aan verbonden. Namiddag nu is Frans Vermeeren gekomen om zich te laten zien op Pasambt. Hij is daar goed ontvangen. De Leutnant vroeg hem te koop, een verken (vet), 600 Kilog haver die hij in Holland gewonnen hadt, erwten, boonen en boekweit. Hij stemde hier in toe.