Vrijdag 1 februari 1918

Mistige, donkere dag, koud.

Van oorlog weinig nieuws, weinig geschut, vele redevoeringen.

In Engeland is er één man in dienst op de 4 man, zegt de Minister. Is nog al veel.

Boeren van Kleine Eissel smokkelen. Over een paar dagen zijn de twee jongste Dekkers, Ad. Vissers en Fr. Kleiren gesnapt, een nacht aangehouden te Chaam. Josef Jespers, zoon, thans vervangd onderwijzer te Minderhout was aangeklaagd brieven (brieven van het front) met de kinderen naar huis te geven. Hij komt alle dagen naar huis en deze morgen is hij onderweg van soldaten mede genomen naar het Pasambt, waar hij uitlegde dat het gewoone brieven waren, die de facteur, Van Gestel Louis, daar bestelde in plaats van te huis te brengen. Van Gestel moest ook verschijnen en die bevestigde het en Jespers mocht henengaan. ’s Anderendaags moesten de facteurs allen op het Pasambt komen of eene vermaning of straf.

Bij Henri Vlaminckx De Kort kwamen deze morgen om 7 uren twee militairen die het huisgezin bewaakte en niet liet in of uitgaan, noch samen spreken. Er kwamen er nog twee bij en toen begon eene huiszoeking in regel. Alles open en op den grond, kassen en kisten open. Toen kwam er in den voormiddag nog een automobiel met een burger, die hier ook hielp. Het duurde tot smiddags toen Henri met de dochter Clemence met den automobiel naar het Pasambt wierden gevoerd. Om twee uren kwam de automobiel terug en de vrouw Jo De Kort moest ook naar het Pasambt en intusschen men haar daar ondervroeg, voerde men Henri met Clemence over den draad te Minderhout. Om negen uren was de ondervraging van Jo afgeloopen in het Pasambt. Men laade ze in met een dochter Celine, die men te huis liet. Men gaf aan Jo nog eenen neusdoek en sargie en Jo ook per automobiel naar Turnhout in eenen kouden, zuren nacht en open automobiel. De zoekers hebben eenige papieren, brieven, kaarten, schrijfboeken mede genomen. Op de kamer die Jan Aerts daar in gebruik heeft, vonden ze nog een ouden revolver met munitie, weinig. Het publiek weet het doel of feiten niet. Te Minderhout zijn Arthur Mathieu en zuster en broeder ook opgeleid, zegt men. Dit zal de zelfde zaak zijn. In den namiddag zijn er nog zoekers gegaan naar de Dreef bij Cees Vinckx, waar de vrouw boven de gendarme (geboren Verheyen van Lokeren molen) eene kamer huurt, maar nu in Breda woont. Daar is huiszoeking gedaan en een deel aangeslagen. Deze placht veel bij H. Vlaminckx te komen, hielp smokkelen voor de Duitschers. Ja ja, maar was niet te betrouwen. Is dit soms de verraadster?