Maandag 11 november 1918

Een mistige donken dag, fijne regen.

Wij zijn in benarde toestand en verwachten na den uitslag van de commisie onderhandelingen over wapenstilstand daar om 11 uren Franschen de beslising moest genomen. Overgeven op genade en de gekende ontruimingen van België. Ik was op Mariefelt na hout aan zoeken, toen ik juist aan de grenspaal Meir M4 Meerle stond met een persoon uit Meir, zal wat 3 uren toen hoorde wij te Meir luiden dat duurde zeker een uur toen kwam ik in bedenking het zal vrede zijn. Ik ging naar huis. Ik bemerkte al vlaggen uithangen, men was al komen vragen om te luiden maar ik was weg juist toen ik aankwam begon er al veel beweging te komen en men begon te luiden, meest meisjes. Het volk werd meer woelig men zong en danste en toen het donker was begon men rumoer te maken, ruzie in de herberg van A. Tout. met krabde het gezicht kapot van den helper Thijs van Dael, Cox Frans, Mertens Jules. Men sloeg lamp geblazen borrels stuk en stool (Jan Peemen) eene flesch genever en roofde de sigaar, daarna werd de waeiers uitgeworpen met kasseien, kalsteenen stukken ijzer dat duurde zoo to 8 uren. De politie garde en ik, wij probeerde om de menschen naar huis te krijgen, sloten herbergen en stilaan vermidnerde alles. Het was juist een zingen en over de straat gaan als met de Kerstmis.  Zoo beschadigde men het woonhuis van Tom Jespers aan den tram en zijn nieuw huis in de Kerkstraat ook in het huis van Merten Jespers bewoond door Gijsbrechts (smokkelman) dit alles rond 6 à 6,5 uur oude tijd. Wij waren Jan Geerts verjaardag wenschen, en zaten aan een glas wijn toen Adde ons kwam roepen dat er bij A. Tout 4 soldaten in den stal zaten met geweren en dat geschoten hadden, dat er eene bevel hadt gegeven na eerst op onze deur gedompt te hebben tot dat men open deed, dat de Burgemeister onmiddellijk 24 man burgerwacht moest bijeen roepen en op marsch zetten. Ik en mama kwamen als  onze hof te huis en toen kwam onderofficier Muller (horlogiepinniken) met een brief van de Leutenant Schmiele, dat er een extra trein zoude komen met militaire 40 man, dat er slapen, eten en licht moest zijn, bijeen af wel bij de burgers. Eenige minuten later kwam de Leutenant Schmiele bij ons en bejammerde den toestand, dat hij de 40 man bestemde tot bescherming der smokkelaars, hier bleven, dat hij bevool de vlaggen in te trekken zoolang er een soldaat hier was, dat men niet meer den donkere mogt en af huis komen dat de schade ’s anderdaags moest betaalds zijn voor 9 uren en op de Dreef voormiddag. Hij verklaarde mij dat de Fransche revolutionairen de voorwaarden niet aanveerde, dat Foch zijne demisie hadt gegeven. Dat in Frankrijk en Engeland in Holland overal soldatenraden waren en dat de soldaten die nu hier aankomen ook alle social soldaten zijn die de roode concarde dragen en ongehoorzaam aan bevelen. De vrouw en dochter van Jan Martens kwamen om 7 uren klagen dat men bij hem te Meersel veel meubelen, vensters, beelde, hadt komen kapot slagen en kwamen om bescherming. De trein reed door Meersel Dreef om daar ook te helpen, zoo geraakte alles stil. Black hadt mij geholpen om te straat leeg te maken, alles kwam en rust. Wij gingen gerust slapen.