Dinsdag 12 november 1918

Redelijk goed weder.

Van den oorlog veel nieuws. De revolutie breidt zich nog uit. De koning van Saksen is afgezet. In Berlin zijn straatgevechten tusschen de officieren rond het paleis en de revolutionairen. In Baden is eene volkregeering ingesteld. Telegramme. Parijs 11 november. Deze morgen is de wapenstilstand om 6 uren geteekend en dat hij om 11 uren zoude ingaan. Om 10 uren 20 minuten kwam Foch en admiraal Rosslyn Wemyss die naar het ministerie reden Clemenceau en reden terstond naar de president. Bij het eerste kanonschot dat op het Elysée gelost werd beginnen de klokken te luiden overal was er gevlagd en Parijs kreeg een feestelijk aanzien. Clémenceau moest op het balkon komen, maar was zoo aangedaan dat hij niets kon zeggen dan, Viva la France, dat de menigte herhaalde. In Londen was het eene reusachtige uitbarsting van vreugde, overal volk, men wist niet dat rijtuigen en cabs zooveel volken konden vervoeren. Men blies in instrument, sloeg op ketels in trommen, zong, getruckte ratels, slingerde vlaggen, alles was in beweging, kinderen meisjes en dan veel ouden. Op trafalgar Square was onbeschrijfelijk en onvergetelijk. Overal Belgische en Engelsche vlaggen en de der bondgenooten. Vreugde overal. Er zijn nog wijzigingen in den wapenstilstand, er moeten afgeleverd worden aan de Entente 5000 locomotieven, 150 duizend wagens en 5000 vrachtauto’s in goeden staat en voorzien van de noodige wisselstukken en bijbehoortens. Duitschland laat in de Belgische havens alle gerieven, booten en all inrichtingen. Keizer Karel blijft maar niemand wil hem aanraden weg te gaan.

De keizer Wilm.

Zondag 10 november omstreeks 6 uur meldde zich bij de Nederlandsche wacht aan het Wite huis bij Eysden een reisgezelschap aan van 9 autos. De Hollandsche schildwacht had om gewapende persoonen toe te laten weigerde doorgang toe te laten overigens is het douanenkantoor eerst om 7 uur open, een man trad naar voren en meld zich Wilm van Hohenzollern Duitsche Keizer. De ex keizer moest wachten en ziet er goed gezind uit, vraagt aan boeren of het veel gemazen heeft enzovoort. Om 8 uur de douane visite en de keizer wandeld met zijn gezelschap naar de statie van eynden en praat maar vrolijk niemand herkend hem daar. De herbergierster tegens over de statie zegt aan haren man het is de Duitsche Keizer zie maar naar zijn linkschen arm (hij heeft een stijven arm, de baas mompelt in zich zelfs, wat die vrouwen zich toch kunnen inbeelde en het was de Keizer. Men herkent hem, men roept nach paris enzovoort maar de groote heeren buigen en groeten wel maar alles is al in den volmaakt verleden tijd. Men verwacht hem te Maastricht de onverwachte gast de burgemeester wacht hem af in de statie. De Keizer is te Ameringen aangekomen met drij generaals en adjudanten. De Keizer gaat logeren in het kasteel te Ameringen, zijn gevolg in de hotels Lievendaal en orange. Hij kwam aan om3 ¼ uur, men verwacht de keizerin en de kroonprins, maar er was niemand verschenen. De Keizerlijke kroon op de rijtuigen was met slijk onkennelijk gemaakt. De 33 jarige Keizertijd is vervlogen en hij is ook geinterneerd als de minste soldaat. Hij is diep gevallen, de grootheid.

Rond de middag kwam een bode om naar het pasambt te komen met C. van Gestel en burgemeester van Aelst met twee leden van den Raad. Zie hier van de rede of oorzaak. In Meer waren verschillende huizen verwoest. Bij Jansens de Laat (Kaperen) Bylen, C. Mertens, Swagers, Brand, Van Looveren, enzovoort enzovoort. Nu was de schade groot 50 à 70 duizend franken. In Meerle 200 frank af omtrent. Leutenant Schmiele wilde die somme betaald zien gisteren voor 10 uren, dat was in Meerle gebeurd, ik had geschat en afgedongen en akkoord gekregen. Dus in regel maar in meer konden of wilden ze niet betalen, gebrek aan geld. Schmiele beweerde dat ze moesten betalen (dat is zoo voor samen zittingen met meer dan 3 persoonen). Ik bevind dat ook zoo. Nu er was 52 duizend franken gekomen om de aardappelen te betalen, en dat nam leutenant Schmiele in beslag en ook burgemeester Goetschalkx en Brosens en hij riep twee soldaten die ze moesten bewaren en hij hield den tram staan om naar Duitschland te zenden en dan zond hij het geld terug, dierf het niet houden was bang van zijne soldaten, maar dat was gevaarlijk voor ons geld en gaat het maar zoeken, in Hoogstraeten was er 4000 franken gestolen. Na wat dralen teekende de mannen en wij namen de 52 000 frank mede naar huis. Burgemeester: moet ik mede dan weenen mijne kinderen zich dood, hij tekende. Leutenant Schmiele verweet de barbaarsheid van Meer, de zoon van burgemeester en secretaris waren erbij verweet hij (sic).