Donderdag 14 november 1918

Schoon weder.

Er hingen al wolken in de lucht van het vertrekken der Duitschers, en nu is het van gekomen dezen namiddag maakte wij inventaris, van de gebruikte meubelen aan wie ze behoorden, en ze zouden vertrekken morgen of overmorgen.

Deze nacht zijn de ruiten ingeslagen bij Jos Jespers te Heerle. Ik ben gaan zien. Gisteren avond zijn er 30 à 40 belhamers van Meir gekomen, maar er is maar steenen geregend en wat ruiten ingesmeten bij Antoon Jespers, toen kwamen de militairen en de garde en ik en alles ging uit een. Genoeg van die zaken.

Maandag waren er 30 of meer militairen gekomen om de orde te doen heerschen, het waren allen met roode strekken op de borst, sociale democraten, maar ze luiterde niet naar Lt. Schmiele wat zegde ze er zijn geen luitenants meer, weg met de bazen. In Hoogstraten waar zij lagen kwamen ze alle dagen naar Meerle, wij moesten ze kost en licht en stook en loges geven, daar waren geen chef meer bij, streepen epauletten trok men af en de overste waren simpel soldaat. Wat wonder eerst een ijzere tucht waar de soldaat niets te zeggen hadt en nu de minste en nog te vreden voor hunne huid. Dat is een weldaad. Men schrijft dat de kroonprins ook in Holland is. Men vreest eene revolutie in Holland.

Waar zal het eindigen? Met de socialen.

Rond 5 uren zijn ze voor goed vertrokken.

+ extra passage tussen vrijdag 15/11 en zaterdag 16/11 over donderdag 14 november:

Maandag na het luiden en uitsteken der vlaggen waren er al wat ruiten uitgeworpen, en de smokkelaars waren bevreesd geworden en maakte zich gereed om te vertrekken.

Ad. Vermonden – Ant. Jespers, Gijsbrechts Graffen, Van Gils, Antoon, Jan en Cees, kwamen allen om verandering van woonplaats, naar Breda, Tilburg en Rotterdam, en den volgende dag trokken ze met tram met kinderen en huisraad het balingschap in.

Woensdag wierp men de ruiten in bij A. Tout bij Mert. Jespers en op twee plaatsen bij A. Jespers. donderdag werden er overal zoo wat gedaan, maar donderdag avond is het meeste gebeurt bij A. Vermonden kassen, toog, enz. was kapot maar nu vrijdag avond heeft men weer over begonnen in Meerle, biljard wilden ze te buiten dragen en de restant wat er nog was kapot slaan. Op de Dreef heeft men bij Sus Van Gils alles kort en klein geslagen, allen de ruiten en ramen, alle kassen, stoven, geleiswerk, 3 horlogen gestolen, ook nog gevluchte meubelen van Brouwer Munichk te Bracht, maar het felste bij Jan Martens daar zijn alle meubelen, kassen, kisten, alle kleederen, kapot gesneden, pluime bedden uitgeschud, afroomers om geworpen, en beschadigd, stand en was niets gespaard. Jan Martens was naar Meerle geweest bij mij en toen hield Ferd. Kleiren de wacht maar toen de stormers langs de kamerdeuren binnen kwamen en de kassen omstieten, vluchte de vrouw en dochter in den stal en Ferdinand kreeg slagen met ijzeren voorwerpen drij gaten in zijn hoofd en zijn schouder blad gebroken. Zoo sukkelde hij naar huis, en den dochter naaide vandaag de wonden dicht en zette de schouder in een.

Toen de 10 à 12 man sterke bende, in huis gedaan hadt begonnen ze aan de schuur, rukten de deuren af, sloegen den trijzelmolen stuk, ook de kar, kruiwagen, sneden het paarden getuig kapot, vernielden een verkenskot, beerpoomp, en vele pannen van het huis. Jan Martens kwam de politie Vlaminckx roepen die mede aftrok en in den nacht nog vijf bandieten van hun bed haalde en ondervroeg, kloek gehandeld.