Vrijdag 29 november 1918

Mist, regenachtig.

Ik ga te Merxplas den buitenhof af zien en ook andere akkers, ook de boerderijen en vind bij Backx aan den molen in onzen ouden slagmolen, die men nu dicht heeft genageld, nog tien karren munitie die er achter gebleven waren, de Duitschers hadden er veel afgeschoten, begraven in den Kuil geworpen, ook naar de Vaart gevoerd, maar er bleven er wel tien karren liggen, nu waren de geburen gekomen en hadden die om de kisten te hebben allen uitgeladen. Wat een gevaar. In onze huizen en geburen waren er al veel ruiten uitgeslagen, maar was er eene ontploffing in den hoop dan ging geheel den omtrek van een kwartier in de lucht. Ik heb terstond een reclaam gemaakt bij de gendarmerie, maar er zijn genie mannen. Er zal wel aan gewerkt worden verhoop ik.

Ik ontmoete de E. Pastoor van Merxplas en wij spraken over de dood van Victor. Hij was goed bij zijn verstand en wete en kende zijn toestand, hij is een slachtoffer van den oorlog zegde hij mij, en ik geloof het, vele persoonen spraken van hem lof en roemden zijn onvermoeibaarheid, hij hield aan en werkte voor zes, hij zoude vele verbeteringen in het dorp hebben uitgevoerd ware hem den gunstige tijd gegeven. Geene poging liet hij onbeproefd, en nu vrees ik weer voor den ouden slenter, het stomme element aan het roer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *