Vrijdag 6 december 1918

Goed weder.

De aangehoudene smokkelaars hadden in Turnhout allen de koorden aan, ze zijn niet te huis gekomen.

Vandaag om twaalf uren kregen wij eenen S.M. Militaire brief aan Mijnheer Van Nueten.

Het was de zoo lang verlangde tijding, maar helaas ze was zeer droevig.

Uit Aarschot schreef ons een kameraad van Josef, dat er nu weer correspondentie was en dat hij de belofte die zij elkander gedaan hadden ging vervullen. Voor het optrekken naar het slagveld, bij het laatste offensief, hadden wij elkander beloofd ingeval van ongeval onmiddellijk de familie te zullen verwittigen en dit volbracht hij nu.

Uwen zoon Josef, mijn beste kameraad sedert onze kennismaken van Dieppe, is op 23 october om 3 ½ uur te Hansbeke in eene weide door een obus getroffen aan de linkerhand en arm en aangezicht, en zwaar in de borst getroffen, waarna hij onmiddellijk is gestorven, op slag dood. Er was geen tijd om hem op een kerkhof te begraven, wij hebben zijn graf met bloemen versierd, een kruis met naam, er de naam ingehard, en in eene flesch met zijn naam in het graf geborgen. Ik za UE persoonlijk een bezoek brengen zoo haast ik een verlof kan bekomen.

Een brave trouwe kameraad, hij beschrijft mij nog dat het graf ligt op de weg van Hansbeke naar Bellem in een weide op den linkerkant, waar in een huis staat, Veldstraat 22.

Ik zal trachten een plaats op het kerkhof te bekomen, voor mijn betreurden zoon, te vroeg op 30 jarige en 4 dagen gevallen op het eereveld en voor Recht en Vaderland. Onze harte bloeden, maar wij troosten ons gods wille geschiede, alhoewel wij hem zoo gaarn, na 4 jaar en 3 maanden strijd op den dageraad van den vrede (15 dagen ervoor 11 November) te moeten vallen, in en door vreemde handen begraven, verre van uwe heimat waar wij allen zoo vele dagen ongeduldig uit zagen, nu wij van alle kanten en dagen alle de soldaten wel varend zagen wederkomen, en in zeer goeden toestand, welvarend in vleesch en bloed. Zonder te morren nemen wij de besluiten der voorzienigheid aan, en verhopen voor hem als martelaar voor Godsdienst, Recht, Vaderland, te vallen hebben voldaan, en reeds hun eeuwige vaderland bewoonen om het nimmer te verliezen. Zoo schreef Monseigneur of Eminentie Mercier van Mechelen over de gevallen soldaten, RIP.

Bij alle deelneming spreken allen lof van Josef, en ook de leden der harmonie zijn allen droevig voor hunnen kloeken medeburger.

Wie was hij. Een slanke rijzige levenlustige jongen, altijd bereidwillig om ieder een dienst te bewijzen, ja tot te veel opoffering bereid.

Hij hadt zijne humaniteiten gedaan en het St. Josef Collegie te Turnhout, in het lot gevallen, een jaar uitgesteld geweest voor zwakte, toen 2 ½ jaar actieven dienst gedaan en daar na ruim vier jaar vechtsoldaat. In zijne jeugd was hij een klein zwak manneke, maar op groote (18 j.) is hij met levertraan te nemen tot een groote man (1,70m.) op gegroeid en was een kloeke gaander, en sportman. Hij was een uitstekend musikant en een beste zanger. Wij herrineren ons nog altijd zijn lied. Aan de katsboch neer gevallen verstikt hij in zijn bloed, maar een klank van victorie vlug dien sterven franschen soldaat in het oor, en hij neemt zijne trompet en zijn laatste adem blaast hij over de velden: Victoria, victoria, victoria, en hij valt stervende neer. Dien hadt zijn plicht gedaan. De Vlaamsche Leeuw kon hij ook forsch zingen, hij was een goede tooneelspeler, en kon zeer goed diclameeren zoo als in de zaal. De stervende jongeling van Van Beers, en andere.

Hij was een liefhebber van pluimvee en duiven en kende goed de rassen, hij won nog prijzen op ten toonstellingen en vluchten. Zoo ook naar honden.

Een ieder betreurt hem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *