Donderdag 2 januari 1919

Goed weder, blijft droog.

Gewoone drukte van kaarten. Van alle kanten komen er nog rouwbeklag. Met den trein van 10 ½ uur komt van Antwerpen de onderofficier Dequeuker uit het muziekkorps waar onze Josef in diende, en die hem zijn beste vriend noemde, en brengt zijn reiszak met vele herinneringen en brieven en ook de portretten van vader en moeder, de familie groepen en van zijne vrienden, ook de volledige jaargang van het loopgraven bladje, Het heibloemke waar in hij dikwijls een artikel schreef, en ook dank brieven van den bestuurder van dat bladje, de Graaf de Renesse van Oostmalle, allen met dankbetuiging en gelukwenschen.

Dequeuker dronk bij ons koffie, en verhaalde ons, over de laatste uren van onze betreurden zoon. Dequeuker en onze Josef hadden juist in den boomgaard, de zoon van Professor Henry ten grave gelegd, en keerden terug naar het pachthof om wat te gebruiken. Toen zij bijna aan een klein stalleke waren waar zij hunnen voorraad hadden, zegde onze Josef, ik heb toch geen goesting, en den kameraad ging alleen verre 5 à 6 meter en onze Josef bleef aan den muur staan, op het zelfde oogenblik valt er een schot, wat eene Oostenrijkse bom, en die zijn opslag ter bestemming, het bevel is van terstond ten grond te gaan liggen of wel op hukken te gaan zitten. Dit deed Josef ook tegen hoek, en de bom viel op 5,6 meter van daar, spat uit een, treft Josef in volle borst, aan het hoofd, handen en hij blijft daar in die houding zitten met wijd geopende ogen maar levenloos.

Dequeuker was dichter bij de ontploffing, maar was niet geraakt, maar vier andere soldaten die aan de haag stonden waren nog gekwetst op den muur maar meer sporen van ontploffing te zien. Dequeuker verklaard dat het de eerste bom was, en volgende hebben de paarden die voor de deur stonden gedood. Toen er wat stilte kwam is die voorloopige verbandpost op geheven en verder terug geplaatst. In die post werden de gekwetsten die van het front kwamen voor verzorging worden in die post gebracht en het verband worden nagezien door een doctor en dan droege de brancardiers die naar de auto’s en dan voerde men de levenden naar het hospital. De dooden wierden daar begraven.

Na deze eerste bom zijn doctor en bewooners in den kelder gevlucht, er zijn bommen op de schuur en ometrekken gevallen, er zijn ook nog onbekende graven langs den anderen kant der boerderij. Dequeuker en Josef en zijne andere makkers musikanten waren maar juist een dag daar aangekomen, hadden in eene brouwerij bij Bellem geslapen en waren te Hansbeke maar om elf uur aangekomen.

Zij hadden dat klein stalleke tot logies met vieren uitgekozen, maar onze Josef heeft te Hansbeke niet bij de Ww. Maenhaut geslapen. Ze kwamen stil aan te voet van den IJzer en hebben den weg later ook nog te voet afgelegd, en moesten overal spelen waar de vlaggen uitgestoken waren.

Josef was maar alleen schrikachtig van de gasbommen, die de menschen langzaam vergiftigen. (Nu lees ik dat een notaris en zijne dochter bijde op 4 Nov. overleden door die gaz in te ademen). In Hansbeke waren in de maand October 80 man gestorven van bommen gaz en griep (2000 zielen) vijfs in gewoon getal.

Dequeuker was een kloek gebouwd man, intelegent, spraakzaam, is in Antwerpen in staatdienst en is in Leysele geboren.

Na het middagmaal en koffie, is hij vertrokken. Ik heb hem nog eene statie uitgeleide gedaan. Hij heeft mij nog gezegd dat de portefeuille en geld naar Havre zijn gezonden.

Er is nog eene horlogie bij die mijn zoon aangenomen hadt, af te geven aan zijne moeder. De jongen is gestorven.

Op 27 December is Josef in eene zinke kist gedaan op het kerkhof te Hansbeke begraven, om later naar Meerle te halen. Vital Antonie en Hortence waren er na toe gerezen. Het was regen geheel den dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *