Woensdag 5 februari 1919

Winter, er valt wat sneeuw bij, is wat zachter.

Gisteren ontving ik bezoek van Antoon Huybrechts, had uit de Mosten die overlijd uitgeplunderd is. Ik vroeg hem uitleg en hij verhaalde als volgt. Op een January dag zat ik ’s avonds aan het vuur met twee geburen die buurten bij mij. Vier mannen onbekend aan ons komen binnen, vragen om wat te mogen rusten en nog twee makkers af te wachten, die ook over de grens moesten komen. De buurters gingen heen, Antoon stookte en gaf nog een boterham aan de mannen, die wilde betalen, maar in plaats van eene beurs haalde hij een revolver uit den zak en stiet hem in de zorg terug, ook het wijf enzoo ze er roerden schoot hij ze kapot. Ze zochten alles af, kleederen, bedden en stolen 1700 frank. Toen vroegen ze hemwat hij liefst deed, kapot of in den kelder. Men stopte hem in den kelder, met zijn wijf en sloten de deur, namen de sleutels der voordeur mede en vertrokken. Een tijd daarna brak den Hoede de deur uit en hij kon uit den kelder. Echte bandieten onbekend hadden een Belgische tongval, een wat Duitsch. Er is niets uitgekomen. Den Hoed was een smokkelman, groote helper. Men nam ook zijn geweer mede. Deze nacht kwamen er bij Jan Aers te Heerle rond 11 uren vragen om te drinken. Het is geen drinkweer en er ligt sneeuw genoeg. De schoonzoon liet ze niet binnen, daar hij hoorde dat er verschillende waren. Smorgens waren er vele voetstappen te zien in den verschen sneeuw. Gelukzoekers of bandieten. Goed dat de boer zijn deur dicht hield. Alle man klaagt over de Belgische soldaten, die laten moeilijk de menschen naar Meerle komen. Nu is er gisteren en vandaag een tram geweest met koopwaren.