Dinsdag 15 april 1919

Het is winderig weder en nog zonnig en regenachtig.

Nadat onzen Josef een dag in huis gebleven is, zijn wij vandaag overgegaan tot de beeerdiging. Na de mis van 7 ½ uur is er met al de klokken geluid, en zoo nog eens ¼ voor tien uur. Toen eerw. pastoor en onderpastoor en een capucien vicaris het lijk kwamen afhalen, in ons huis. De in congé zijnde militairen van Meerle, droegen het lijk eenen eere wacht van 12 militairen met geweer bewezen de militaire eer en zoo trok de stoet kerkwaarts, voorafgegaan door de harmonie die treurmarschen speelden.

Na de gebruikelijke gebeden en gezangen aan de  baar  die op de koor gezet was, gedekt met het Belgisch vandel, even als de kist ook bij ons, is door de harmonie de Brabanconne gespeeld waar na beeindiging van de gebeden onder het zingen van paradisium is het lijk naar zijne laatste rustplaats gedragen en in de grave neergelaten. Na de eindiging der ceremonien, heeft de heer doctor Gommers, voorzitter van de harmonie, eene rede gehouden waar in hij de overledene, als stichter, ieverige en bekwame muziekant en toonneel speelder, huldige en het leed der harmonie en het verlies beaamde. Ook zijne oprechtheid, dienstvaardigheid loofde, en beloofde dat zijn aandenken zal blijven bestaan en in zegening blijven.

De heer senateur Dupret, de schoolkinderen en een uitgelezen publiek woonde de plechtigheid bij. Na een woord van dank aan de voorzitter, verlieten wij  treurig gestemd het kerkhof, de klokken kwamen tot stilstand, de groeve gevuld en zoo is het einde, wel eervol voor zijn land te sterven, van een kloeke wel bedeelde jongen van 30 jaar die ons vele voorvallen zoude hebben kunnen mede de deelen, daar hij zoo als hij het schreef, een streng aandachtig leven leide, zoo als zijne kameraden dit ook getuigen. RIP.