Vrijdag 2 mei 1919

Regen geheel de nacht en dag.

Om 6 ½ uur smorgens komt het rijtuig om mij te voeren, en die vertelt mij de aanhouding van twee Meerlenaren, en 2 Meerenaren maar hij of wij wisten niet wie het was. Het rijtuig was ons altijd 50 meters voor. Aan den tram hield het rijtuig stil. Een soldaat en twee gendarmen waren van af Meerle belast met de bewaking, en ik zag van verre de mannen uitstappen 3 schuiven en een met hoed en parapluie, zwaare man en stap, wie ja, dat kan niet, zoo ja en het is toch Victor Rommens. Men steekt ze in den tram, altijd bewaakt en op Turnhout aan. Ik was ook aangedaan, schuurde hunnen wagen en zag ze niet in Oostmalle, maar Turnhout kon ik Victor in het W.C. een woord zeggen: Ik zal voor U voor een advokaat zorgen die zal maken dat U eten krijgt en U zedelijk zal bijstaan. Gij zijt maaglijder en ook vragen om onder borg 10 of 50000 fr. los te komen, dit alles in het geniep, en zij wierden naar de gevangenis geleid. Ik gelaste advokaat Boone met deze karwei die mij beloofde alles mogelijke te doen maar hij zal nog wel in secret geheim zitten en na de zitting, zegde hij mij nog dat hij er den onderzoeksrechter al over gesproken hadt.

Ik ging ook den docter Rommens verwittigen, maar hij was afwezig en te Meersel. De vrouw was zeer verslagen en riep uit, dat is toch altijd wat met die Victor, dat geld, dat geld bij de Rommens. Felix is er ook van bedeeld maar die verstaat toch rede. Bij mij is eer meer dan geld, dit zegde ook altijd mijn vader. Ik ben verlegen, durf er niets voor doen, ik wees ze naar den advokaat, ik doe er niets voor, ik durf niet. Onze Julia is op den watermolen gaan zien, en vrouw Rommens was niet zeer aangedaan.

Mijn plan is van morgen geheel den toestand aan de familie Rommens bekend te maken.

Ik heb nog met den onderzoeksrechter gesproken, ik vroeg hem is dat voor de boekweit, die was niet aangeslagen: maar hij schepte zegde hij mij (loon in natuur nemen) en onze intervieuw was uit.

Nu de zitting voor burgemeester Meir, de zoon Aug. Jules Snijders en Jan Jansens alias Van Dooren. Tegen 9 uren gedaagd. Zaak burgemeester Meir en 3 andere onwillekeurige aanhouding. Verdediger Boone en Mathijs burgemeester Borgerhout. President Missare voorzitter kon niet zetelen daar Boone zijn schoonzoon is. Van den Hove zetelde als voorzitter met twee rechters, Caron als procureur. President legden burgemeester te laste dat hij de twee aangehouden jongens bij hunne aanhouding niet ondervraagd hadt, een eerste vereischte bij elke aanhouding, en ze maar overleverde aan Leutenant Schmiele, die ze verzond naar Turnhout, later geraakte ze voor 1% of 2 jaar in Duitschland, dit wel in eene poging om door den draad te breken, harde straf. Burgemeester schilderde de jongens af als bandieten en dat schijnt wel dat men ze vreesde en met reden. Aan de 3 andere beschuldigde legde men ten laste dat de jongens op hun verzoek om mede te gaan in den nacht naar den burgemeester tot het halen hunner pas, dat toen de 2 jongens gezegd naar den burgemeester willen wij gaan, maar is het naar den Duitsch dan verdommen wij het alleen naar den burgemeester was het bevel. Toen ze bij den burgemeester waren ordonneerde hij aan den veld en nacht waker ze naar den Leutenant te Meerle te brengen.

De 3 gedaagde zeggen dat is niet waar, maar de 2 jongens zijn deze gezegden komen bevestigen. Hunne advokaat is Smulderen en hunne vraag is 10 fr. schade per dag. Aan mij deed den president twee pikkante vragen; 1) Is de burgemeester van Meir Duitsch gezind? – Neen. 2) Zoude de Burgemeester van Meir straf gekregen hebben indien hij de jongens niet hadt aangehouden? – Ja is mijn gedacht, want wij moesten voor de orde instaan en het woord van een burgemeester moest heilig (sic) zijn bij hem Duitsch.

Ik had goed voldaan aan de burgemeester van Meir. Minderhout hadt minder krachtig gesproken. Het uitvoeren der wet was misschien wel niet heel juridiek, maar de man handelde toch ten goede en voor zijn geweten en dorp. Boone vroeg uitstel tot 16 Mei aanstaande, het was ruim 1 uur voor het eindigde.