En toen was het vrede …

Met het heuglijk bericht van gisteren 24 juni 1919 komt niet alleen aan de oorlog een einde, maar ook aan deze reeks.

Het project, waarbij we de unieke oorlogsdagboeken van de Meerlese burgemeester Lodewijk Van Nueten hebben ontsloten, eindigt vandaag.

Samen met ons kon u bijna 5 jaar lang een bevoorrechte getuige zijn van een stuk lokale geschiedenis. We zijn dankbaar dat we het grote publiek inzage hebben kunnen geven in deze unieke bron. Hiervoor danken we nogmaals de familie Van Nueten voor hun gulle schenking.

Bedankt ook aan al onze lezers voor de getoonde interesse!

De website www.meerle14-18.be zal nog de rest van het jaar online blijven. Voor andere informatie en vragen over de dagboeken kan u steeds contact opnemen via museum@hoogstraten.be.

Dinsdag 24 juni 1919

Sint – Jan

Het was koud, winderig weder. Bamis weder.

Alles bleef stil tot half een toen Corneel Vlaminckx met de groote klok begon te luiden en het volk kwam af van alle gehuchten oud en jong en allen in vrolijke stemming. Goed een uur kwam het volk bijeen onder de linden, alle de schoolkinderen met wuifende vaantjens, bloemruikers en groen, dan de gilden met in tenue zelfs de kruisboogsvandering te paard, versierde bogen en andere kenteekens, voetbal enzovoort, en dan eene groote partij menschen veel jonge soort jongens en meisjes, gevolgd door de harmonie St. Cecilia. Bij den burgemeester schoof den stoet bijeen en de hoofdonderwijzers las eene groote rede af over de kinderen de toekomende strijders, maar nu baden voor de zegengraal en voor de Koning en Koninklijke familie en Vaderland. De kinderen zongen te samen een gelegenheidslied. Pastoor en pater Petrus waren bij ons gekomen en hij was veranderd dat hij vroeger niet wilde in de kerk dat presenteerde hij nu. Hij was bij mij, ik stond in grooten tenue, buus op, decoratie aan, bij ons aan de deur en hij volgde onzen stoet die trok door de straat tot aan het Groenewoud en zoo terug naar de statie en dan terug door de straat enzoo in de kerk. Voor den ingang in de kerk hield men stil aan het graf van onzen Josefs en daar hadden den kinderen hunne bloemenrozen en groen nedergelegd was begraven onder een vracht bloemen. Jozsefs Jespers hield eene schoone rede en zegde deze betooging ook te zijn voor alle de helden gevallen voor Recht en Vaderland. Ter plaatse speelde de harmonie een Brabançonne die alle blootshoofd vriend aanhoord, het was aandoenlijk. Dan trok de stoet in de kerk die vol liep, er gebeurde een klein lof en de pastoor sprak ook een woord van waardering uit, met de aanmelding der Goddelijke  hulp en bijstand en het bekomen van eene langdurige vrede. Toen trokken wij naar de zaal Ons T’huis. Ik zat voor met pastoor, feestcommissie, eenige soldaten en ook mijnheer Lauwers, door niemand gevraagd maar toch verschenen. Ik hield eene rede over de lange gewenschte en verwachte dag en die nu toch ons was gegund en die ons allen zoo welkom was. VREDE. Ik herdacht het hartelied der ouders der gevallen helden. De moed onzer strijders die te Luik, Halen en Leuven en aan den Ijzer het zaad strooiden dat de overwinning moest brengen dat Calais en Parijs heeft behouden. Ook dat wij tot herinnering eene kapel zullen bouwen om het nageslacht de namen te bewaren onzer zoonen, zoo helfhachtig gestreden voor Recht, Vrijheid en Vaderland. In de kerk zong men ook een vaderlandsch lied en hier zong Jules Mertens de Vlaamsche Leeuw en ook Antoon van Dun of Josefs een Gentsch lied. Toen wierdt er nog vertoond door een liefhebber Piet Matheuusen de smoelen die de keizer trok bij het aanhooren der vredevoorwaarden. Komiek. Toen rust of poos tot 5 uren. Voor 5 uren was de zaal wederom vol, maar het was het jong volk, de musikanten begonnen eene wals ten gehoore te brengen en den dans begon, geheel de zaal dansten meer dan 50 paar, zoo kwam ik ook terug met J. Bartolomeeusen en wij lieten maar doen, maar eindelijk kwam pastoor en pater ook af en die protesteerde in vraag naar den doctor die hij toeliet, vroeg mijne hulp maar er kwam wat stilte en men benaamde de Harmonie trok uit de zaal, het volk danste achter na en toen deed men den toer der herbergen en overal danste de jongheid. Bij sommige op de koer in huis en kamer. Vreugde heerschte overal, een goede vreugde. Bij de jeugd was er wel wat stooring, hadden wel liever en beter in de zaal gebleven maar alles eindigde goed en om 10 uren ging elkeen tevreden naar huis. Wij hadden de zaal versierd, het borstbeeld van den koning en koningin. Het portret der gevallen helden. Eenige toespraken. Meerle is fier op zijne helden. Wij zullen onze dappere zonen niet vergeten enzovoort. Er hingen ook eenige kronogrammen en overal de vlaggen.

Maandag 23 juni 1919

Regenachtig, kouder.

Alles in spanning geheel de wereld, mama en kinderen waren naar Merxplas. Zoo verliep de dag tot 8 ½, toen de pastoor Campers een telegramme kreeg van Hoogstraeten dat de vrede geteekend was. Men liep te kerke begon met groote klok te luiden, alle vlagen kwamen te verschijn en van alle streken kwam volk. Harmonie rukte uit, men bracht mij een serenade en men vroeg (doctor was naar Breda geweest) ook wat opgewonden om morgen de feesten om 1 uur te beginnen. Ik kon niet anders. Ja. Men trok door regen het dorp rond, alle jong volk was van de gehuchten gekomen en zongen dansten in de ronde en het duurde nogal lang voor dat alles stilviel, alles in vrede zonder ruzie afgeloopen.

Zondag 22 juni 1919

Zelfde weder, droog er komen wolken.

Nog dezelfde spanning, teekenen of niet. Men staat Duitschland nog twee dagen toe daar het ministerie bedankt. Dus maandag 7 uren is de vrede geboren of wel oorlog.

Ik roep vandaag pastoor, doctor, onderwijzers bijeen om de vrede te vieren. Mijn voorstel was, dankstonde in de kerk, de gevallen helden huldigen en een krans te leggen op Jozefs graf optocht en voordrachten in de zaal. Pastoor keurde bidstonde af dan verviel ook de andere schikking. Wij scheiden zonder beslising. Hij was koppig, alleen was hij zoo gezind.

Vrijdag 20 juni 1919

Hetzelfde weder, overtrokken.

Wij lezen in de N.R.C. ourant en Handelsblad het verhaal van de reis of komst van de president, mevrouw en mejuffer Wilson in België. Een ware zegetocht: Boodschap aan het Belgische Volk. Hij zegt gelukkig te zijn den voet te zetten op den Belgischen bodem, langs die smalle strook gronds die vier jaren lang het eenige vrije Belgische grondgebied was, door den Koning zoo heldhaftig verdedigd aan het hoofd zijner troepen. Hij wenscht vurig te midden van het Belgisch volk te zijn en kardinaal Mercier en burgemeester Max, generaal Leman te ontmoeten en met eigen oogen zich te vergewissen van de vernielingen in dit land wiens eenige schuld was zijne volstrekte eerlijkheid zijn ideaal van nationale eer en zijne trouw aan het verpande woord. Vertrek uit Parijs 17 juni om 10 ½ ‘savonds onze Koning en Koninging kwamen uit Brussel hem te gemoet en landen op la Panne per vliegtuig om 6 uur 37 minuten en waren er onverwacht om 8 uur 45 minuten loopt den presidentstrein te Adinkerke binnen. Onmiddellijk bezoek aan het front van 169 kilometer tot Oostende en Zeebrugge. Toen hij Veurne zag, zegde hij, It is odious (’t is verschrikkelijk). De President spreekt in het Houthulsterbosch bezoekt Yperen, Meenen, Torhout, Blankenberge, Zeebrugge, waar van men om half zeven naar Brussel vertrok. Niet alleen te Brugge, Gent en Aelst maar op alle dorpen was er versieringen aangebracht, een ware zegetocht door het Vlaamsche land en zoo naar Brussel. Woensdagavond een kwaart over negen uren kwam de presidententrein te Brussel, niet te beschrijven de ontvangst. Uit het balkon van het koninglijk paleis sprak de president tot het volk in gezelschap van zijne vrouw en dochter. De intocht voor vandaag was gebeurd. Donderdagmorgen kwam de president en de koning te Marchenne-au-Pont aan waar zij de vernielde fabrieken en la Providence bezochten. Hij ontwaardigt voor de moedwillige vernielingzucht der Duitschers om 10 ½ uur terug naar Brussel. Na een uur ontvangt de president de mannen der Nationale Politiek Hennebicq, Nothomb en graaf Adrien Van Der Burcht en vragen eene vrije volkstemming van de verlorne provintien. Melden ook dat 2100 op 2600 dit hebben aangevraagd. Om 2.20 uren verschenen de hooge staathoofden in de Kamer waar alles bombol was. De voorzitter Poullet spreekt in het Fransch, minister Hymans in het Engelsch en zinspeeld op de veiligheid voor België (Limburg en Zeeland). De president Wilson beklimt ook de tribuun en spreekt zijn dank uit en beloofd bijstand. In de Senaat ook ontvangst geen redevoeringen om 3 ½ uur vertrek naar Mechelen om den kardinaal Mercier te begroeten de onderhouden waren allervriendelijk ook voor de Koning en damen. hier eindigde men om half vijf. Iets over 5 uren waren ze te Leuven, ontvangst door burgemeester, rector der universiteit, redevoeringen. Hij noemt de Duitschers barbaren, zet de geleerden aan te werken voor den vooruitgang der menschheid, bezoekt de verwoeste St. Pieterskerk en universiteit. Om half zes reden de staatshoofden, koninginnen en damen naar het stadhuis te Brussel waar wederom eene grootste otnvangst plaats hadt en redevoeringen. Op de Groote Markt waren de maatschappijen opgesteld, men zong eene cantate en meisjes zongen in het Engelsch. Vertooning op het balkon. Ten half acht feestmaal ten hove met de groote mannen van het gevolg de ministers etcetera, ook burgemeester Max  en de kardinaal Mercier  wederom heildronken en ten 10 uren uitgeleide door de Koning naar de Zuidstatie en vertrek naar Parijs.

Donderdag 19 juni 1919

Even heet en droog.

Vandaag was het studiekring in de zaal. Ik stelde ten toon onze oude munten, die nogal bekijkers hadden, maar er komt te weinig jong volk. Het was Heilig Bloed en daar is meer voor hun te doen. Ik had de Amerikaansche vlag aan de zaal doen uitsteken en deed eene inleiding Amerika en den President ter eere, wij stonden recht, den president ter eere. Ik deed een voorstel om de afgestaane belgen bij het verdrag van 1839, de vrije keus te geven of ze Hollanders of belgen wilden worden, het zelfbeschikkingsrecht dat men aan andere landen biedt. Algemeen aangenomen.

Dinsdag 17 juni 1919

Even slecht, alles verdroogt.

Gisteren deden wij met mama en 4 dochters eene wandeling Bleekeheide en verder tot Heerlebosch.

De Hollanders eisschen nu twee portretten om eene pas te bekomen. Lastverkoopers. Wij zijn gisteren beginnen te bouwen in de winkel.

Deze week (zaterdag) is het vrede, of oorlog. Onderhandelingen zijn gesloten. 5 dagen beraad. De eerste vlucht over den ocean op een Vickers Vimy bemand door kapitein Alcock en luitenant Brown op 17 ½ uur erover. Aankomst te Galway op zondag om 9.40 smorgens en heeft der prijs der Daily Mail van 250000 frank gewonnen met eene gemiddelde snelheid van 175 à 200 kilometer per uur. Vertrek uit St. John.

Maandag 16 juni 1919

Even heet en schraal.

Er is weinig vordering in de vredeonderhandelingen. Duitschland wil maar tegenstribelen. Oostenrijk is ook niet tevrede. Turkijen’s afgevaardigden zijn ook aangekomen, dan begint men met Bulgarien.

Gisteren was het vergadering der afgevaardigde bij den arrondissementsbond. Er schijnt weinig gedaan te zijn.