Dinsdag 24 juni 1919

Sint – Jan

Het was koud, winderig weder. Bamis weder.

Alles bleef stil tot half een toen Corneel Vlaminckx met de groote klok begon te luiden en het volk kwam af van alle gehuchten oud en jong en allen in vrolijke stemming. Goed een uur kwam het volk bijeen onder de linden, alle de schoolkinderen met wuifende vaantjens, bloemruikers en groen, dan de gilden met in tenue zelfs de kruisboogsvandering te paard, versierde bogen en andere kenteekens, voetbal enzovoort, en dan eene groote partij menschen veel jonge soort jongens en meisjes, gevolgd door de harmonie St. Cecilia. Bij den burgemeester schoof den stoet bijeen en de hoofdonderwijzers las eene groote rede af over de kinderen de toekomende strijders, maar nu baden voor de zegengraal en voor de Koning en Koninklijke familie en Vaderland. De kinderen zongen te samen een gelegenheidslied. Pastoor en pater Petrus waren bij ons gekomen en hij was veranderd dat hij vroeger niet wilde in de kerk dat presenteerde hij nu. Hij was bij mij, ik stond in grooten tenue, buus op, decoratie aan, bij ons aan de deur en hij volgde onzen stoet die trok door de straat tot aan het Groenewoud en zoo terug naar de statie en dan terug door de straat enzoo in de kerk. Voor den ingang in de kerk hield men stil aan het graf van onzen Josefs en daar hadden den kinderen hunne bloemenrozen en groen nedergelegd was begraven onder een vracht bloemen. Jozsefs Jespers hield eene schoone rede en zegde deze betooging ook te zijn voor alle de helden gevallen voor Recht en Vaderland. Ter plaatse speelde de harmonie een Brabançonne die alle blootshoofd vriend aanhoord, het was aandoenlijk. Dan trok de stoet in de kerk die vol liep, er gebeurde een klein lof en de pastoor sprak ook een woord van waardering uit, met de aanmelding der Goddelijke  hulp en bijstand en het bekomen van eene langdurige vrede. Toen trokken wij naar de zaal Ons T’huis. Ik zat voor met pastoor, feestcommissie, eenige soldaten en ook mijnheer Lauwers, door niemand gevraagd maar toch verschenen. Ik hield eene rede over de lange gewenschte en verwachte dag en die nu toch ons was gegund en die ons allen zoo welkom was. VREDE. Ik herdacht het hartelied der ouders der gevallen helden. De moed onzer strijders die te Luik, Halen en Leuven en aan den Ijzer het zaad strooiden dat de overwinning moest brengen dat Calais en Parijs heeft behouden. Ook dat wij tot herinnering eene kapel zullen bouwen om het nageslacht de namen te bewaren onzer zoonen, zoo helfhachtig gestreden voor Recht, Vrijheid en Vaderland. In de kerk zong men ook een vaderlandsch lied en hier zong Jules Mertens de Vlaamsche Leeuw en ook Antoon van Dun of Josefs een Gentsch lied. Toen wierdt er nog vertoond door een liefhebber Piet Matheuusen de smoelen die de keizer trok bij het aanhooren der vredevoorwaarden. Komiek. Toen rust of poos tot 5 uren. Voor 5 uren was de zaal wederom vol, maar het was het jong volk, de musikanten begonnen eene wals ten gehoore te brengen en den dans begon, geheel de zaal dansten meer dan 50 paar, zoo kwam ik ook terug met J. Bartolomeeusen en wij lieten maar doen, maar eindelijk kwam pastoor en pater ook af en die protesteerde in vraag naar den doctor die hij toeliet, vroeg mijne hulp maar er kwam wat stilte en men benaamde de Harmonie trok uit de zaal, het volk danste achter na en toen deed men den toer der herbergen en overal danste de jongheid. Bij sommige op de koer in huis en kamer. Vreugde heerschte overal, een goede vreugde. Bij de jeugd was er wel wat stooring, hadden wel liever en beter in de zaal gebleven maar alles eindigde goed en om 10 uren ging elkeen tevreden naar huis. Wij hadden de zaal versierd, het borstbeeld van den koning en koningin. Het portret der gevallen helden. Eenige toespraken. Meerle is fier op zijne helden. Wij zullen onze dappere zonen niet vergeten enzovoort. Er hingen ook eenige kronogrammen en overal de vlaggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *