Zaterdag 22 juni 1918

Ruw weder, wind, heeft veel geregend, men de vruchten hebben veel geleden, de haver is kort, verdroogd, en nu is de boekweit bevroren, ook in duitschland en in Holland vele schade aan de weeke planten.

Het droogmaken der Zuiderzee is in de eerste Kamer gestemd op 13 juni met algmeen stemmen, men schat het werk op 30 jaren, Lelyminister is den doordrijver, Bravo Holland.

Men vecht nog immer in Italie, en de Oostenrijkers hebben al hun volk daar, maar toch komen ze niet vooruit. Venetie was hun doel. Het was hun opgelegd, door de Duitschers.

Nu is er overal bijna revolutie in Wenen en andere steden, het broodrantsoon in 90 gram en wij krijgen hier 200 – 250 gram voor de werkers. Duitschland kan niets meer geven, en in Oekranie, Bessarabie is niets los te maken.

En hier kan men er niet mede toe.

Oostenrijk staat op slappe beenen, ik vrees voor omwenteling, maar ze vrezen de Duitschers. Het volk weet dat ze voor Elzas moeten vechten en honger lijden en sterven.

De molens moeten stil liggen van 15 july  tot 15 September in Belgien.

Woensdag 19 juni 1918

Een weinig nat gekregen, maar weer schade.

Sedert zaterdag is er in Italie, een aanval geweest van de Oostrenrijkers-Hongaren, wilden over de Piara en beginnen aan de zee een front van 50 kilometers, en hadden 7500 kanonnen, maar de Italiaanen deden tegenaanvallen, zoo zijn ze toch vooruit gekomen maar op vele plaatsen terug geslagen. Er zijn ook Britten en Franschen in den strijd.

In het westen is het meest stilstand ook in Vlaanderen, maar toch aanhoudend kanonvuur. Deze morgen zijn de koperzoekers naar Meir getrokken. Er is in Meerle klinken en vensterknoppen, lampen op zolder en dan de velo lampen aangeslagen. Het volk hadt mijne bekendmaking verstaan. Bij de boeren vroegen ze overal naar spek, eyeren, zeep, tabak, zelfs tabak bladeren die zin in hunne onderbroeken stopten, maar gaarn voor niet. Als ze wat verkocht, dat was het zoeken gauw gedaan, anders maakte ze de menschen bang. Broos  Verheyen moest heden naar den tribunaal, is gehaald door een soldaat, maar komt morgen terug. Bang, bang, zijn die vrouw en hij zeker.

Dinsdag 18 juni 1918

Schraal, wat winderig weder. Gisteren nacht en heden ook al wat boekweit, aardappelen en boonen bevrozen. Een ieder heeft in het veld vele boonen zonder staken, meest bruine en erwten geplant. Bij de droogte dit nog er bij.

Onze twee Duitsche soldaten kwamen gisteren slapen en trokken deze morgen naar de koperzoeking. Ze vergaderde aan den tram, en daar trokken ze in verschillende ploegen het dorp rond. In de kerkstraat hield eene ploeg de linker en de andere de rechten kant. Bij ons kwamen men ze rond 7 ½ uur juist dat ik uit de mis kwam. Komen in huis. Kijken rond, beginnen in kassen te zien, doen ze open, gaan alle plaatsen binnen. Komen in onze salon en vinden daar de zilveren geschenken die mij vereerd zijn met mijn 25 jarig burgermeesterschap, hij wil maar hebben dat het koper zal zijn, maar eindelijk na geveild te hebben, bekend hij dat het zilver is. Hij kruipt in de kelder, op de zolders, stalen en remisien, vind op zolder nog een oude velopomp, bek, eener oude lamp en dit is aangeslagen. Ze geven een bewijs of bevel dat het moet blijven liggen. Over den beugel onze lamp wilde ze ook hebben, daar hij volgens hen op zolder lag en niet gebruikt was. Knoppen van cuisinère lieten ze in vrede. In ons Posthuis moesten de koperen handvaten der vensters ingeleverd worden. De baas/soldaat, die bij ons zocht was een bitsing, onaangenaam man, dunne bijtende lippen en snijdende oogen, geen medelijden bestaat bij hem. Zijn kameraad is een groote Lotharinger, hij beziet onze druiven, nijpt er nog een scheut af, bij hen zijn vele wijnbergen, en goede ziel of toch beter. Bij sommige menschen hadt hij gezegd, ik ben Fransmand, hij vond niets, wilde zeker niet maar ze moeten mede. De burgers zoekers zijn Antwerpsche zonder brood, maar zorgen voor eigen zak patatten, eigen spek, alles ging voor, tabak,  zeep enz.

Maandag 17 juni 1918

Niet heet, overtrokken, voormiddag een groote kans aan de zon. Er is ook een groote nieuw star, zal het niet gaan veranderen?

De verwachte mannen zijn afgekomen, overal twee in logist. Wij hebben er ook twee.

Men vraagt mij voor morgen 8 burgers voor wegwijzers en dragers. Zeker.

Ik had het gisteren bekend gemaakt dat er 20 mannen kwamen logeren, dat ze voor een strooi zak en deken te zorgen hadden, maar dit was maar dat men alles klaar en kant zoude komen, ik geloof wel dat ze mij verstaan hebben, ik kon niet zeggen ze komen, voor koper, wol, graan, vruchten, vee, vleesch enz. maar het zal voor koper zijn. Ik ben ook wat ongerust en met reden, a bon entendeur salut.

Zondag 16 juni 1918

Een klein buitje gehad, het helpt niet.

Gewoon nieuws, aanvallen en tegenaanvallen, geene uitslagen. Gisteren kwam ik laat van Chaam en toen was er tijding gekomen dat er voor 20 mannen soldaten waar onder 4 burgers logist moest zijn voor 3 à 4 dagen. Ne de hoogmis heb ik een lijn opgemaakt meest rond de kerk.

Om tien, toren uur T.U. zomertijd 9 uur en ouden tijd 8 uren, mag men niet meer op straat komen.  De zon schijnt nog tot 8.15 ’s avond.

De drie zonen van Koos Michielsen uit den Elsakker gingen slapen na de uur 10 T.U. ze worden  gezien en moesten ’s onderdaags een dag een wagen kolen ziften, die wij gekocht en hun in de kelder gedaan hadden ziften, 4 karren gruis naar Meerle brengen. zoo wat groot misdrijfs. Alfs. Van Tongerloo buurt aan den tram wat te laat, daar kwamen 2 Duitschers Alfons ging loopen de Groene pad op, ook een dag kolen ziften, op een goede gevallen.

 

Zaterdag 15 juni 1918

Een bui gehad. Haver is verdroogd. Gras ook weinig.

De duitschers hebben een visschersboot Helena van Ijsmuiden in den grond geboord. Zelfs hebben ze de visschers beschoten die in het bootje het schip verlaten hadden, en doodden er 3. Een met 3 – 6 – 9 kinderen. ze passeerden met hun duik boot, maar bekommerde zich, over levenden noch dooden, met hune knieën en handen moesten ze de gaten stoppen, door hun doorschoten boot en bleven 36 uren zo doberen op zee. De witte zee, sleepboot pikt ze op, aan Doggerbank. (Kantlijn: Treurig en wreed maar Holland lijkt alles om guldens.)