Zondag 1 december 1918

Goed weder.

Overal wapperen nog vlaggen. Ik heb geene gazetten gezien in Merxplas en nu lees ik de plechtige inhaling van den Koning te Brussel. Het ontvangst der Fransche soldaten te Metz en Straatsburg, het terugtrekken der Duitschers de laatste zal wel weg zijn. in Antwerpen en elders ook zijn er slechte verzorgde gekwetste soldaten achter gelaten, dooden die meer dan 2 weken dood waren onbegraven in kelders enz.

Tegen avond sprak ik met Jan Geerts, en die zegde mij: Uw Josef, is spijtig. Ik vroeg hem meer maar hij wist van meisjes Tax en de De Roover, dat Josef gevallen was.

Bedenkelijk.

Antonie komt deze avond aan met tram, en die hoort ook dat Kee Lochten, Verbunt, Adriaensen, Jef van den Burger zijn ook dood, in die gesteltenis brengen wij den avond en nacht door.

Zaterdag 30 november 1918

Goed weder.

Ik koom naar huis, nooit ben ik eene geheele week van huis weg gebleven. Mijn eerste vraag was wat nieuws van Josef, niets geen brief, geen tijding, van mijn zoon. Geen enkel militaire wist iets te zeggen.

Postdienst gaat bijna niet, er zijn geen postzegels te krijgen, nieuwe (wij hebben oude Belgische, ook Duitsche maar die zijn zonder waarde). Dit geeft ons eenige hoop.

In Meerle heerschte ook de Spaansche ziekte, binnen de week zijn er 4 jonge persoonen gestorven, allen onder de 20 jaren. De school is al gesloten in het centrum 3 weken. Dreef veertien dagen en er zijn er nog vele ziek.

Hetzelfde in Merxplas. De secretaris zegde mij dat hij 25 overlijdens hadt gehadt op een dag. Over eene maand was het zoo ook in Baarle, Chaam, Gilze, Breda en verder. Het is eene serieuse ziekte, en zoo men zich niet goed verzocht komt het op de longen en op eenige uren is men dood.

Bij ons is Adele en Livina er van ziek.

Vrijdag 29 november 1918

Mist, regenachtig.

Ik ga te Merxplas den buitenhof af zien en ook andere akkers, ook de boerderijen en vind bij Backx aan den molen in onzen ouden slagmolen, die men nu dicht heeft genageld, nog tien karren munitie die er achter gebleven waren, de Duitschers hadden er veel afgeschoten, begraven in den Kuil geworpen, ook naar de Vaart gevoerd, maar er bleven er wel tien karren liggen, nu waren de geburen gekomen en hadden die om de kisten te hebben allen uitgeladen. Wat een gevaar. In onze huizen en geburen waren er al veel ruiten uitgeslagen, maar was er eene ontploffing in den hoop dan ging geheel den omtrek van een kwartier in de lucht. Ik heb terstond een reclaam gemaakt bij de gendarmerie, maar er zijn genie mannen. Er zal wel aan gewerkt worden verhoop ik.

Ik ontmoete de E. Pastoor van Merxplas en wij spraken over de dood van Victor. Hij was goed bij zijn verstand en wete en kende zijn toestand, hij is een slachtoffer van den oorlog zegde hij mij, en ik geloof het, vele persoonen spraken van hem lof en roemden zijn onvermoeibaarheid, hij hield aan en werkte voor zes, hij zoude vele verbeteringen in het dorp hebben uitgevoerd ware hem den gunstige tijd gegeven. Geene poging liet hij onbeproefd, en nu vrees ik weer voor den ouden slenter, het stomme element aan het roer.

Donderdag 28 november 1918

Schoon weder, de zon gezien.

Ik ga naarde bosschen zien van Berkelaar, zet er werklieden in den gang, en des namiddag naar de velden. Overal zag ik dat oom dood was. Nat en water.

Er loopen in mijne afwezigheid een inzamelaar rond in de gemeente om geld in te zamelen voor oorlogsweezen, hij liet 1/3 aan de commiteiten, en dan kregen ze eene looden punt van de Koning, maar de minste gift moest 30 mark zijn. Vele gaven 31 mark, hij liep maar in de buitenwijken rond, eene aftroggelarij in het groot.

Woensdag 27 november 1918

Koud, geen zon.

Ik bezocht gisteren familie Van Ael en sprak er met meerdere kennissen en ging er maar door met allen te onderzoeken.

In Meerle kwamen de oude gendarme boven met vrouwe en twee andere gendarmen.

De gemeente moest weeral kosten maken schuren, in poetsen. De komiezen waren al eenige dagen vroeger hier en komen ook al af om herstellingen.

In de tram en bureel der douanen is men ook al aan het werk.

Er loopen 2 treinen over en weer naar Hoogstraeten en daar zijn er treinen voor Antwerpen en wordt veel gerezen.

Dinsdag 26 november 1918

Redelijk nat weder.

Ik kon gisteren met een bezoek ooms graf niet bezoeken, maar nu ben ik er met Antonie naar toe gegaan, maar wat viel mij dit pijnlijk mijn beste en trouwe broeder, daar onder de natte kille aarde te weten rusten, na een kort gebed verliet ik gedrukt den dooden akker, en aanzag nog maals de rustplaatsen van vader en moeder zaliger, oncle Piet, Carolina mijne zuster, graven van oude kennissen maar ik vond geen kruis of graven meer, wat is het leven van den mensch en toch zijn wij zoo er op uit en geven ons zoo veel moeite.

Zondag 24 november 1918

Schoon weder.

In de kerk zijn eenige soldaten en ze hebben alle goed uitzicht, en zien er te vreden uit. Ik ga met Antonie naar  Merxplas om er de zaken wat te regelen.

In Hoogstraeten zien wij de verwoeste huizen, de ramen allen met planken toe geslagen, eene echte verwoesting, wel verdiend.

Onder weg overal soldaten die terug komen, en overal vreugde en vlaggen op alle huizen. Met den avond koom ik in Merxplas.

Vrijdag 22 november 1918

Goed weder, wat zon.

De Koning van Engeland heeft de vloot bezocht en daar na is ze 70 mijlen in zee gesteken om de af te leveren duik booten in ontvangst te nemen. Alles liep korect af, de Duitschers mochten niet spreken en niet aan land gaan. De Amerikanen zijn de grenzen van 1914 over getrokken, betreden ook Luxemberg. De Franschen komenin Lotharingen, bezetten Colmar. In Belgie zijn de vreemde soldaten welkom, en worden gevoed niet tegenstaande eygen nood. De Koning en Koningin hebben hunne intocht in Antwerpen gedaan, dynsdag l.l. met de 2 zonen, bezochten het stadhuis en daarna Te Deum door Ms. Mercier.

Op Maandag 18 November verschijnen de Belgische dagbladen, Etoile Belge, Peuple, Dernière Heure, Patrie, Laatste nieuws, Handelsblad op een blad allen. Wij zien er niets van, post dienst is al 10 dagen stil.

Het ministerie heeft bedankt. Er wordt een ander gevormd. Socialen, Liberalen en Katholieken maken er deel van, De Brocqueville ook.

Vandaag om 3.15 n.mid. kwamen er hier 17 belgische ruiters, van Antwerpe er waren er bij van Beirendrecht, wij logeerde de paarden in den Elsakker, en mannen nog in het dorp. Het was vreugde, ik bedeelde sigaren en ze dronken koffie bij ons.

In Meerle waren het allen walen, 5 waren er op de Dreef. Overal wapperde de driekleur.

Ant. Tout heeft gisteren nacht zijn koe en geiten komen halen met eenige Hollanders allen gewapend. Aug. Michielsen is heden ook in 8 dagen verlof bij ons geweest, hij was veroordeeld van 20 jaren gevang voor dienstweigering, of zijne plaats te verlaten en op een ander te gaan staan, hij heeft 19 maandan in de gevangenis geweest. Hij was in kakki een hadt forte brave minne. De zoon van Van Dyck is ook over geweest voor een dag. De zoon van Jan De Bie is al eene maand te huis van een uitgewisselde krijgsgevangen en was ziek. Men vertelt dat Jagenau. De oude secretaris van Hoogstraeten en Tertraats in Casterlé gevlucht zijn, en dat de boeren ze boycoteeren.