Woensdag 9 april 1919

Goed weder, lente weder.

In de Belgische Kamer nog veel gebrabel over Vlaamsch en ook over de Nieuwe Kieswet. Men vreest voor den val van het ministerie. Liberalen zijn tegen vrouwen stemrecht. Socialen en katolieken er voor. De Hollandsche wachten zijn nu op de grenzen van Ulikoten, Chaam, Elsakker en Strijbeek weggenomen. Alleen Galder blijft bestaan, zoo als schoone jongens past sloegen ze bij vertrek de ruiten stuk, en bevuilden de plaatsen. Dievenwerk.

Dinsdag 8 april 1919

Zeer schoon droog warm weder.

Vandaag uitvaart van Adriaan Meeuwissen, zoon van Cees, in het gasthuis te Laverges Haut Savoie over eene maand gestorven. Zijn kameraad van Wortel die daar ook ziek liegt (teeringachtig) was overgekomen. Ik heb ook er nog al voor geschreven, maar er was geene mogelijkheid om hem nog levend te huis te krijgen. Na de wapenstilstand was hij voor 8 dagen in congé te huis geweest, en hoopte spoedig definitef congé te bekomen, maar dit lukte niet. er was weer veel volk te kerke. RIP.

Ik ontvang een brief van het ministerie dat Josef Adriaensen te Moorslede gevallen is op 14 October 1919. Tot heden was de plaats niet gekend. Zijn broeder Jaak is altijd nog in congé te huis, gaat met een stok, maar kan velo rijden, hij was zwaar gewond geraakt.

In de Gazet van Hoogstraeten staan artikels over een centrale voor licht en kracht te bouwen voor Hoogstraeten en omliggende dorpen. Ik stel watermolen voor de noodige kracht. Men spreekt ook van eene landbouwschool.

Zondag 6 april 1919

Weder beter.

Vandaag zitting, tot opmaken der standregelen Vlaams verbond. In Hoogstraeten is er ruzie, den eenen wil Katoliek Vlaamsch Verbond, de andere Vlaamsch Katoliek Verbond. Wij kwamen ook niet verre, ten laatste stelde D. Gommers voor: vijf man te benoemen, burgemeester, pastoor, onderpastoor, Jos Jespers en Jaak Sprangers, om alles deze week af te werken. Ik was er tegen, maar men noemt u maar, en werkt maar met zoo jonge mannen.

Zaterdag 5 april 1919

Wat beter.

Wij hebben eene groote kaart ontvangen en al opgehangen donderdag waar in de nieuwe grenzen van Belgie zijn aangeduid. Zeeuwsch Vlaanderen komt er bij. Te Meerle op het Oosteneinde loopt de grens door ten oosten tot bij Alfen en komt daar aan Poppel op de oude grenzen zoo dat Baarle en Ulikoten en Castleré geheel Belgisch zijn aangeduid. Dan komt er eene strook grond bij van Limburg uit met vaart en ijzeren weg met Venlo tot aan de Rijn te Duisburg en dan nog geheel Hollandsch Limburg en Malmedy en de graafschappen van Gelder die in den oorlog in 1713 ons zijn afgenomen en den geheel Luxemburg nu hertogdom.

Van Luxemburg is de regeerde Princesse afgezet voor  Pro duitsch en nu de zuster is er vorstin. eene heele vraag die wel te groot zal zijn, maar we zullen toch wel wat bekomen. De kans tot herstelling is nu eenig, zeggen de plakkaten en kaarten die overal in Belgie aangeplakt zijn in alle dorpen. De socialisten zijn er tegen (geene aanwervingen).

Vrijdag 4 april 1919

Weder blijft maar koud, vriest ’s nachts.

Vandaag zoo als alle weken sedert den oorlog waar van ik maar 2 zittingen afwezig was, is er een brief voorgelezen dat de hulp en bijstand van af 6 april gedaan is, en dan weer opgedragen aan de gemeente en bestuur. Ik heb een voorstel gedaan aan de onbezoldigde die veel diensten bewezen hebben eene belooning, een present, stok, pijp, horlogie, keting te schenken. Als verrassing en ongegrond  kregen wij eene rekening van 31 maanden à 60 fr. van den ontvanger 3060 fr. Hij hadt ontvangen ruim 500 fr. maar doctor nam die rekening aan, ik en de andere leden stemden niet toe, er was nog eene vergoeding schuldig van af november hier voor stelden wij voor voor alles goed te maken om 500 fr. te verleenen, aan hem en de secretaris.