Donderdag 11 oktober 1917

Regenachtig weder, weinig nieuws.
De Engelschen en Franschen gaan stil aan vooruit.
Heden zijn een Braspennings van Meir, echte smokkelbandiet, en Van Dael van Meersel Dreef gemeen sujet, gehuwd met een Van Opstal van de Paal, ook smokkelman en vroeger armoede troef. Zijn op het Pasambt geroepen en gisteren over den draad, en ik denk naar Duitschland voor hunne vechtpartijen in Meir, waar ze voerlieden Stefens en Van Dun afsloegen, die met een boom onder den oerts niet wilden afrijden, voor die bende heeren smokkelaats. Ik wist er van en ik verwachte er nog meer, die zoude gaan. Wij zijn er van af. Bravo.

Woensdag 10 oktober 1917

‘s Morgens schoon weder, later weer regenachtig.
Geen nieuws.
Ik ben vandaag naar Burgemeester van Chaam geweest tot invoer mestof, en voor de passen gezorgd en laten teekenen bij de kapitein aldaar. Die passen duren altijd maar veertien dagen in Holland, eene maand bij de Duitschers. Dat is nog al bezwaarlijk. Bij Blueykens geweest portret. In Chaam was het druk op het gemeenthuis, men geeft daar zoo als elders kaarten voor rijst, voor petrole, om koorn te zaeien, om te dorschen, nog al erger als in België zag ik daar.

Dinsdag 9 oktober 1917

Slecht weder, weinig nieuws.
De Engelschen dringen de Duitschers terug. De Engelschen zien Brugge al liggen. Het moet er een verwoed gevecht zijn, geen gedachten er van te maken. Wij hooren hier goed het geschut.
De vechtersbazen moeten vandaag op het Pasambt komen.
Van Meir tusschen zondag en maandag zijn er 38 stuk vee te Meersel aangekomen. Ze hebben quarantaine stallen al in beslag genomen, dus zitten er in al twee ploegen smokkelaars, worstenmakers en verkooplieden. Verkoop van paardvleesch Jos Pemen op de vrijbank te Meerle.
Er zijn zondag of zaterdag 2 schone paarden binnen gesmokkeld van mannen Simms van Breda, twee jonge snuiters met moustache, die waren verkleed als major en ordonnance en zoo kwamen men ze op de Paal, gesalueerd van de heeren hollands commiezen en soldaten. Aan paal 215 begonnen, volgden ze zoo de grenzen, tot aan Paal Dreef. Alls goed gegaan, voor hun.
Tusschen zaterdag en zondag, nachts was er een paard gestolen bij Peeters Maeykant Ulikoten, waren er mede in Meerle geweest bij A Tout, toen naar Sus van Gils, die hielp het verkoopen aan de geleider der gesmokkelde paarden die nog bij Hofkens stonden, die kocht het voor 1000 mark, die hem Sus van Gils (het is Cees de zoon gemeend) leende. Maar smiddag kreeg ik al tijding, om van den Ulikootschen boer en Duitschers om te helpen zoeken, het was gauw gevonden en terug genomen. Maar de schelmen waren met de 1000 mark weg. Maar ik denk het al commedie (aan die bende, zoo noemt ze Schmiele) aan mij kan niemand uit. Er is veel geloopen geweest maar de hal moeten aan de grens blijven. De gelijder was een Arnoldus Strook van Esschen, de schelmen kende niemand natuurlijk.

Maandag 8 oktober 1917

Ruw regenachtig weder.
Van oorlog weinig nieuws. Er zijn geen gazetten gekomen, alleen het Hoogstraatsche.
Wij hebben nu eenige brieven gekregen, ten deele is de postdienst in gang na 10 dagen stilstand. Officiële brieven mogen passeren, express niet van mij – erger?
Ik liet dezen morgen Burgemeester Minderhout Peer Vermeeren verwittigen om 9 uren en om 11 uren waren wij allen op het Pasambt. Meir was ook present. Onder veel gepraat: besloten uit geval Vermeeren: aan Duitsch bestuur aan te vragen, om de Belgen die op de grenzen, in Holland boeren, toe te laten mestof te gebruiken, en de vruchten terug in Belgie te brengen, ook te Breda, Ginneken, Chaam en Baarle, aan de burgemeesters de toelating daar toe zien te bekomen, dan zal Leutnant Schmiele bij zijn bestuur de zaak vervorden. Hier zijn nog maetregelen aan verbonden. Namiddag nu is Frans Vermeeren gekomen om zich te laten zien op Pasambt. Hij is daar goed ontvangen. De Leutnant vroeg hem te koop, een verken (vet), 600 Kilog haver die hij in Holland gewonnen hadt, erwten, boonen en boekweit. Hij stemde hier in toe.

Zondag 7 oktober 1917

Zeer ruw nat weder.
Geen nieuws van den oorlog.
Om 8 uur krijg ik een bericht dat ik 2000 mark moet betalen, als borg voor levering van de phosfaat rond 10 uren. Ik ga naar het Pasambt. Schmiele niet te huis, ik wil niet betalen en ga naar huis. ’s Midddag komt Schmiele bij mij, dat ik voor 6 uur de 2000 mark moet betalen of wel dat het alles opgestuurd wordt naar de Kreigschef, maar dat de Vermeeren kind. verplicht zijn mij de boete terug te betalen. Na beraad betaal ik 2000 mark om 6 uren, na lang tegen striebelen. Ik stel voor morgen de burgemeester van Meir, Minderhout en Meerle te hooren, zoo afgesproken. Peer Vermeeren is tweemaal op het Pasambt geweest, maar de oudste Frans was bij den aanslag gaan loopen, maar die moest bij hem komen, maar die durft niet uit vrees van over den draad te moeten.
Dit alles op zondag Porcioncula, Merxplas kermis, Meir kermis en een weder stormwinden, regenvlagen, donder dat ik geen parapluie kan gebruiken, een caban wel.

Zaterdag 6 oktober 1917

Altijd regen en wind.
Van oorlog geen nieuws.
Er zijn vele canadas geveld, veel meer als 100. Vandaag losten wij phosfaat. De kinderen Vermeeren laden drij drijwielkarren, reden langs kiekenfabriek naar huis, maar voerde de wagens eenige meters op het Hollandsche. Leutnant Schmiele heeft ze daar gevonden en aangeslagen, dit komt hij mij zeggen als verkooper en verantwoordelijk. Lelijke zaak voor mij die niets te maken hadt met den smokkel.

Woensdag 3 oktober 1917

Deze nacht een bui gehadt, het doet goede.
Wij hebben geen nieuws van den oorlog.
Vandaag was het peerdemens terug te Meir. Het was maar controle zegde men, maar toe wij daar waren, zegde de veeartsen dat ze wat peerden moesten mede nemen, dat men ze dringend noodig hadt, maar geen onder de drij jaren. Men nam al dat paste, in Meerle 15, Minderhout 8, Meir 7. Wij moesten er veel te veel afgeven, maar wij waren de laatste. Het was de aankoop commissie niet, ook namen ze de paarden mede, geven geen geld, geen bewijs of niets. Ik als oudste burgemeester ben voor het voituur gegaan en de reden gevraegd. Kortelings zal het geld komen op het Pasambt. Er waren boeren die weenden.
Niemand weet iets van de prijzen. Overwonnen land.
Dynsdag bij de bedeeling van inlandsche bloem zijn de boeren en burgers die zelfs graan gewonnen hebben voor de eerste maal uitgesloten. (Kantlijn: In Meerle kregen ze nog Hol. meel aan 1 fr. de kil.) Dus 7.700 Kg. koorn per man en per maand met 190 gram patatten per dag. Weinig.

Dinsdag 2 oktober 1917

Schoon weder, zeer droog.
Van oorlog weinig nieuws. Alle de ministers hebben gesproken, maar geen schijn van vrede. Overal is men misnoegd dat de vijanden niets verklaren over ontruiming en schadevergoeding voor Belgie. Men lacht zelfs dat de Paus, nu spreekt van vrede en broederlijkheid, maar waarom niet gesproken, toen men Belgie uitmoorde.
Jufr. Cavell en Kapitein Fryatt fussilieeerde enz. Zie NRC einde sept. Vrede zoo ver mogelijk.
Vandaag was het veemarkt, er waren 190 stuk, maar 59 verkocht, prijzen zijn verminderd en dat nemen de boeren nog niet aan.
Leutnant Schmiele kwam bij mij om over koelen verkoop te spreken. Peer Mertens als verkooper alleen aangeduid.