Donderdag 13 juni 1918

Droog.

Men vecht hard en vele dorpen gaan van de hand van den vijand, weer in de handen der Franschen. Amerikanen behalen ook voordeelen. De Duitschers sparen geen volk, en moeten maar vooruit komen. Er bestaat nog gisting in Oostenrijk onder de verschillende nationaliteiten, de entente hebben te Parijs een beslissing genomen, dat er in de vredevoorwaarden zal voorzien worden over de vrij beschikking der volken. Polen er bij. In Praag zijn er al bevoegingen, en elders maar alles  wordt nog neergedrukt. Zal het blijven duren.

Woensdag 12 juni 1918

Droog, wolken.

Er is wederom een aanval der Duitschers. Ze gaan wel wat vooruit maar het kost hun volk, en veel moeite. Het doel is Parijs, bij Reims en Noyen is de aanval.

Een hollands schip (kantlijn: Konigin Regentes) is in de grond geboord. De Duitschers ontkennen het, er bleef nog al volk dood. Deze boot deed zijne 17 reis naar Engeland. De zeelieden van Amerika, Engeland, Frankrijk en ook de eenzijdige landen hebben zich verbonden niet meer te varen, met Duitschen, nog voor Duitschers, gedurende 7 jaren (vroeger was de straf 2 jaar, toen 5 jaar) voor straf van de onmenschelijk werking der duikbooten, ten opzichte der koopvaardijschepen, en de veroorzaakte schade tot leed van de menschheid.

Voorgaande is een goed middel en straf, dat men ook op de landverraders moest toepassen, ze boycotteeren tot het uiterst, en het dorp uit. Geen pardon.

Geen werker van willen, of er voor doen, en ook de wet aan andere opleggen, of niet, ook bij de bende. Er moet straf volgen.

Dinsdag 11 juni 1918

Wederom droogte.

Van oorlog geen nieuws. Wij hooren weinig en een zeer onduidelijk schieten, waarschijnlijk met het looven der boomen tegengehouden.

Vandaag om 9 uren was het uitvaart van, Louis Havermans, zoon van Constant, vrijwilliger, diamand bewerken, is bij het opmaken van eene loopgracht met zijne schup op eene granaat te recht gekomen die ontplofte en hem deerlijk in den boek kwetste. Hij overleed ’s avonds, 2e Paaschadag, 2 april. Er was veel van de Harmonie, de gilde St. Sebastiaan, geburen, en meest allen de ouders van de soldaten, en vele vaderlanders. Na de nutting kregen wij het volkslied te hooren, dat wekt op. Hij is gevallen op het veld van eer, en voor eene edele en rechtvaardige zaak. RIP. Bij de moeder was de uitvaart aan tafel.

Vandaag was het veemarkt. Groote opslag, 25%. Notaris Vermeulen’s Madame wilde 3000 fr. hebben voor eenen os, mocht niet verkoopen (kantlijn: door de Duitschers verhinderd) als aan 27000 fr., het was woekerprijs. K. Vermeiren van Meerle ook zoo. Bravo.

Maandag 10 juni 1918

Er is wat regen gevallen.

Geen nieuws van den oorlog.

De smokkel vermindert, alleen komt er wat leder aan 35 mark de kilog., meer als 50 franken, en gecondeseert melk. Het doet ons al genoegen.

We kregen gisteren 2 brieven van Josef dat hij zweeren hadt en naar het gasthuis wilde gaan van begin Mei. Op 12 Mei dat hij in het gasthuis was, en dat het een vergiftiging was door het slecht water, hoopte spoedig terug te zijn. Hij verlangt naar het einde van den strijd.

Lange artikelen over de Broqueville’s aftreden. Hij regeerde te veel allen. Wilde Calewaart en andere naar Zwitserland zenden, om er de bestuurlijke scheiding te bestudeeren, hadt zelfs eene commisie benoemd, nu is alles afgeschaft. Was wel tegen de activisten, Duitsche Vlamingen, maar wilde ze met een steentje in het riet sturen. Helleputte steunde hem, drong hem vooruit, ennu laat hij de Brocqueville alleen staan. Hij heeft kloek geweest tegen de invallende Duitschers,met hunne Not breckt wet. Ik, af Meerle zeker, hebben veel van hem bekomen. Maar hij blijft altijd representant en Minister van Staat. De bestuurlijke scheiding is nu niet aan het dagorde. Hij was Edelman, Gontelman, beste redenaar uit de vuist en dan zeer dienstvaardig, antwoorde op vragen van heer, boer, en werkman en zeker aan de surveillanten. Il avait un petit verre, mais il a beaucoup bû. Ik ben weer te lang, maar ik heb of had geen tijd om kort te zijn zegde wijlen minister de Beaufort, Hal.

Peer Daems van Meir hadt een kalf in de pot zonder toelating, was gisteren op het Pasambt de freen aan het wieden. Cees van Anneke moest den beerput ruimen. Frans Tax de honden wasschen, daar kunnen ze alles en zoo gaarn. K. Jansen (Liter) moest kassaeien, de 3 Verschuerens spaden en rijven.

Zondag 9 juni 1918

Heet, droog. Geen oorlogsnieuws.

Alfons Van Tongerloo, een snuiter van 17 jaar, smokkellaar van beroep, bandiet op weg, was gepakt, ik weet niet hoeveel maal in Holland, en was er na de straf verzonden naar de tuchtschool te ginneken. Daar was hij in tenue en moest werken in den hof, maar hij klom in eenen fijne masten boom om te ontvluchten. Toen men hem kwijt was, een geloop en beweging, maar niemand acht op den boom, onvindbaar. In de nacht brak hij op, sliep wat in een hooi opper en was vandaag in Meerle, met sigaret in den bek.

Zaterdag 8 juni 1918

Niet geregend, bewolkt. Haver meest dood, er is bijna geen gras noch hooi. Sedert 2 maanden geen pik regen.

In de Hollandsche Kamers: over brood graan en afgeven. Men mag niet verkoopen boven den gestelden prijs, maar ook niet koopen, en daar voor is het krakeel. Als ik een ei een cent te duur koop, ben ik strafbaar. Zoo op 3 July is het groote kiezing, algemeen stemrecht, men heeft niet afgewerkt, verdaagt tot 9 july en dan andere mannen. Ik verwacht vele socialisten. Onze minister De Broqueville heeft ontslag genomen. Spijtig voor Meerle en voor het arrondissement Turnhout. Coreman is zijn opvolger.

Donderdag 6 juni 1918

Weder veranderd niet, haver staat bijna dood.

Jef Pemen is ook vrij gelaten, onder borg. Adriaan Jacobs komt bij bedanken, en vertelt mij dat Henri Oyen, van Meerle, daar dienaar was, dat Doctor Somers en vrouw en ook gevangen zaten om 90 k. koper in den hof geborgen te hebben, alle dagen kwamen er binnen, hij kon er niet slapen, leed er honger, kreeg geen deksel, smorgens 4 once brood, nat slecht, smiddags een liter soep, water en groen, ’s avonds ½ liter paardeboonen, hij luste ze eerst niet, maar nu was hij er blijde mee. Hij moest altijd gaan in de cel nooit rusten als ’s nachts. Alfons Verheyen van Meersel, nu te Hoogstraten, zat er ook, een beroemde schelm, stool in het gemeente magazijn, men sloot hem op, in het gemeentehuis te Hoogstraten, hij werkte de venster open, sneed zijne lakens van een, maakte eene koord en liet zich naar beneden rijzen, maar eenige dagen daar na liet hij zich pakken, bij zijn wijf, alweer eene beroemdheid.

Er is in de gouwen of Beggelaar een paard gestolen, de schelm, een hollander, is tuschen Meerle en Meer aangehouden. Ik weet er weinig van.

Adriaan Jacobs vertelde mij dat een zoon van Mie De Kort van Zondereygen die ook voor 4 maanden zit (kantlijn: brieven werpen over den draad), hem gezelgd heeft dat Jo De Kort, voor haar leven gestraft is, en naar Duitschland moet, en hier mogt men maar een pakje meer opzenden. Dat stimt zegt de Duitscher, de straf is toch te zwaar, die kan ze niet door komen.  Zoo een zacht lekker leven!

Dinsdag 4 juni 1918

Vandaag is het 35 jaar geleden, dat ik gehuwd ben, in een gelukkig leven en goed gezin,  en eene fiere, edele, brave vrouw heb bekomen, die mij dikwijls versterkt en opbeurt, en die echte liefde bezit en met mij leeft, en lief en leed met mij deelt, die ik soms te gering schat, en dat doet mij later hartewee. Nu komt juist vandaag, de licht print van den immer betreurde en hartsvriend, oom Victor in zijne laatste dagen, ook een op zijn doodsbed in zijn laatste kleding in eene kalme gelaten houding, maar toch wat leemte, immer voel ik ze meer en dat voor altijd, RIP.

Cees Huybrechts is gisteren naar huis mogen gaan. Josef Pemen niet. Deze morgen kwam de vrouw om hem los te maken. Ik zal haar weer al wat helpen ent roosten, voor beiden voor de vrouwen en kinderen, maar het zijn echte smokkelaars. Geld is al bij hun.

Keustermans was ook opgenomen, en van Minderhout, waren boeren in den hof aan het gieten. Het is oppassen. Hoor.

In den strijd of stormloop, is er wat stilstand gekomen. Parijs is hun doel, op hunne flank de Marne. Zoo denk men, maar de Fransen zeggen, Jamais.

Jo De Kort heeft ook geschreven, klaagt, vraagt om slaappoeder, en goede middelen, vreest dat ze naar Duitschland moeten gaan. (kantlijn: Dat heeft ze mij gezegd. Wat heeft ze de Leutnant bedrogen in brievensmokkel).

Leutnant Schmiele zegt mij alleen: Die Vrouw Vleminckx