Woensdag 11 september 1918

Regen, stroomen.

Oorlognieuws van alle dagen. Er is gisting in Duitschland. In Holland is een ministerie noch visch noch vleesch, ieder partij is even sterk.

Wij hielden vandaag vergadering op het Pasambt over de te leveren aardappelen. De opbrengst was:

Meerle            15 555 Kil. per hectare, in totaal te leveren            468 000

Minderhout    14 845 kil. per hectare,         “          “          421 646

Meir                13 218 kil. per hectare,         “          “          264 968

Ik wilde het niet aannemen en kreeg er nog wat, het bleef op 430 000 kilog. Ik moest veel pleiten. Jonge verkens komen in October op 40 fr. Er zullen er uitgevoerd worden over den draad, er komen er veel. De niet voort brengers van aardappelen krijgen een rantsoen van 200 gram. per dag. De voort brengers 120 kil. per jaar, en 2500 kil plantgoed per hectaar, men stond eene korting toe van 10 percent voor zand, 10 percent voor locatie. Wij zullen onze voorraad goed kunnen leveren, maar de boeren voederen er wel gaarn maar de prijs 25 fr% is dan weer te duur.  Daar na was de zitting afgeloopen.

Nu komt er veel bezetting in de Gendarmerie en ook het worstenfabriek, al weer kosten. Ik heb er twee boeren Louis Michielsen en Jaak van Bavel doen gaan werken, die wilden niet panieren nog betalen, nu heb ik ze gestraft om 3 dagen alle vuil werk te doen in de Gendarmerie. De soldaten moesten ze halen, het zijn beide vringers, nooit goed, dit zal eene les zijn, hoop ik. Het zijn zwagers.

Dinsdag 10 september 1918

Regen, volle buien.

De Franschen en Engelsche nemen alle dagen eenige dorpen. Douai is bijna geheel ontruimd en Kamerijk is ingesloten en zoo Laon aan. Er zijn sedert eene maand 130 – 150 duizend Duitschers gevangen genomen en meer dan 2000 kanonnen, en ontelbare machiengeweren en munitie. Het schijnt dat de Duitschers munitie te kort hebben.

Leutnant Schmiele komt weer spreken over Mr. Dupret, hij wil de pachten opslaan, wil geen weldoener meer blijven van het dorp, zoo als zijn vader, is niet te vreden, hij denkt dat ik en Henri Smits dood zijn. Wij mogen niet schrijven aan hem van Leutnant. Niet gekort.

Vrijdag 6 september 1918

Goed schoon weder.

Er is nog altijd maar vooruitgang van de Engelschen en Franschen. Nog al veel achterhouden gevechten. Men bevestigd dat de Duitschers de moed verliezen. Hindenburg heeft aan de bevolking eene brief gezonden, dat men moed moet houden, dat alles goed gaet. Maar gelooven ze het?

Sedert zeer korten tijd is er eene devotie ontstaan de vereering van het Heilig Hert van Jesus. In alle huizen word zoo een beeld geplaatst op eene kas, een verhoog, dan komt de priester dat inzegenen en men onderteekend met geheel het huisgezin deze gebeurtenis. Nu om 4 uren kwam de pastor bij ons ook die introoning doen, nadat het beeld plaatst de baas hoofd van het gezin het beeld nadat het ingezegd is op het verhoog. Men leest te samen en achterna, de geloofbelijdenis en nog eene verklaring van trouw. Het aandoenlijk men bidt te samen voor geheel de familie, waar van bij ons juist de helft ontbreken, ook voor de afwezige. Moge ons huisgezin en de inwijders en de herdachten ook de overledenen, hulp en bijstand ondervinden. Gods wil geschiede. Na de plechtigheid moest den Pastoor nog eens herhalen bij handdruk dat alle veten die er tusschen ons en hem bestaan hebben, nu geheel vergeten moest zijn, allen stemden hier mede in. Wij dronken op de vriendschap, op het heil van vaderland, dorp en van familien en goed glas wijn. Ales in hoop van zege.

Woensdag 4 september 1918

Goed weder.

De Duitschers trekken terug, eene menigte plaatsen zijn bevrijd. Men voorspelt nog veel verdere terugtocht.

Vandaag worden overal proeven genomen met de opbrengst der aardappelen, soldaten gaan mede als getuigen. De opbrengst was: de beste 320 kil. per aar, middelsoort 150 k. en de slechtste ruim 100 kilog. De patatten vielen mede, wij zullen er 600 000 k. moeten leveren à 25 fr.% – duur in prijs.

Dinsdag 3 september 1918

Schoon weder.

Weinig nieuws. De Duitschers trekken nog terug maar in order. In Vlaanderen hebben ze de Kemmelberg moeten ontruimen, die zoo veel bloed gekost heeft van beide kanten.

Leutnant Schmiele komt bij mij inlichtingen. Aankomst Dochters Jespers Karel onderwijzer. Zijnen thema is: ik laat die dochters niet aankomen want ze gaan weer naar Holland woonen, en ze hebben vrouw Vlaminckx (Jo De Kort) wel gezien, ter tijde in Antwerpen. Jo De Kort, vroeg mij soms als ze naar Antwerpen ging met pass om verder te gaan naar Brussel, dat bezorgde ik haar. Maar daar zag zij nummer 88 van den spionnen dienst Engelsch, nam brieven mede, onder andere heeft ze getrokken te Casterlé van eenen brief over de grenzen te voeren of halen 150 fr., en nog eenen te Ulikoten van 50 fr. en veel meer andere in hare eyerkisten waren in de stijlen en deelen gaten (locken zegde de Leutnant) geboord en daar stak ze de brieven in. De toezichter Duitsche sodlaat Patgat genoemd, heeft voor haar veel mede genomen, alles voor het geld, maar geld.

In de klot zeep verborg men ook brieven, men boorde ze hol, en verborg er brieven in en smeerde men ze weer dicht, en dan weer in het papier of doos, zoo een ging dan makkelijk door het onderzoek.