Zondag 5 januari 1919

Koud droogachtig.

Wilson is naar Rome. Malmedy vraagt om Belgisch te worden. Castelré, bij Hoogstraeten ook.

Het krakeel over Limburg en Zeeuwsch Vlaanderen is wat gestild.

Jo De Kort en Jo Havermans zouden willen dat ik boter voor hen in beslag nam. Dat kunde denken. Wij zijn altijd met de marken bezig. De rekening komt niet goed uit. Ik bewaar nog altij de marken voor meer dan een millioen franken, in vier suikerkassen geborgen, ze staan al 10 dagen op mijne slaapkamer. Er gebeuren vele aanslagen, moorden en diefstallen verder in het land.

Donderdag 2 januari 1919

Goed weder, blijft droog.

Gewoone drukte van kaarten. Van alle kanten komen er nog rouwbeklag. Met den trein van 10 ½ uur komt van Antwerpen de onderofficier Dequeuker uit het muziekkorps waar onze Josef in diende, en die hem zijn beste vriend noemde, en brengt zijn reiszak met vele herinneringen en brieven en ook de portretten van vader en moeder, de familie groepen en van zijne vrienden, ook de volledige jaargang van het loopgraven bladje, Het heibloemke waar in hij dikwijls een artikel schreef, en ook dank brieven van den bestuurder van dat bladje, de Graaf de Renesse van Oostmalle, allen met dankbetuiging en gelukwenschen.

Dequeuker dronk bij ons koffie, en verhaalde ons, over de laatste uren van onze betreurden zoon. Dequeuker en onze Josef hadden juist in den boomgaard, de zoon van Professor Henry ten grave gelegd, en keerden terug naar het pachthof om wat te gebruiken. Toen zij bijna aan een klein stalleke waren waar zij hunnen voorraad hadden, zegde onze Josef, ik heb toch geen goesting, en den kameraad ging alleen verre 5 à 6 meter en onze Josef bleef aan den muur staan, op het zelfde oogenblik valt er een schot, wat eene Oostenrijkse bom, en die zijn opslag ter bestemming, het bevel is van terstond ten grond te gaan liggen of wel op hukken te gaan zitten. Dit deed Josef ook tegen hoek, en de bom viel op 5,6 meter van daar, spat uit een, treft Josef in volle borst, aan het hoofd, handen en hij blijft daar in die houding zitten met wijd geopende ogen maar levenloos.

Dequeuker was dichter bij de ontploffing, maar was niet geraakt, maar vier andere soldaten die aan de haag stonden waren nog gekwetst op den muur maar meer sporen van ontploffing te zien. Dequeuker verklaard dat het de eerste bom was, en volgende hebben de paarden die voor de deur stonden gedood. Toen er wat stilte kwam is die voorloopige verbandpost op geheven en verder terug geplaatst. In die post werden de gekwetsten die van het front kwamen voor verzorging worden in die post gebracht en het verband worden nagezien door een doctor en dan droege de brancardiers die naar de auto’s en dan voerde men de levenden naar het hospital. De dooden wierden daar begraven.

Na deze eerste bom zijn doctor en bewooners in den kelder gevlucht, er zijn bommen op de schuur en ometrekken gevallen, er zijn ook nog onbekende graven langs den anderen kant der boerderij. Dequeuker en Josef en zijne andere makkers musikanten waren maar juist een dag daar aangekomen, hadden in eene brouwerij bij Bellem geslapen en waren te Hansbeke maar om elf uur aangekomen.

Zij hadden dat klein stalleke tot logies met vieren uitgekozen, maar onze Josef heeft te Hansbeke niet bij de Ww. Maenhaut geslapen. Ze kwamen stil aan te voet van den IJzer en hebben den weg later ook nog te voet afgelegd, en moesten overal spelen waar de vlaggen uitgestoken waren.

Josef was maar alleen schrikachtig van de gasbommen, die de menschen langzaam vergiftigen. (Nu lees ik dat een notaris en zijne dochter bijde op 4 Nov. overleden door die gaz in te ademen). In Hansbeke waren in de maand October 80 man gestorven van bommen gaz en griep (2000 zielen) vijfs in gewoon getal.

Dequeuker was een kloek gebouwd man, intelegent, spraakzaam, is in Antwerpen in staatdienst en is in Leysele geboren.

Na het middagmaal en koffie, is hij vertrokken. Ik heb hem nog eene statie uitgeleide gedaan. Hij heeft mij nog gezegd dat de portefeuille en geld naar Havre zijn gezonden.

Er is nog eene horlogie bij die mijn zoon aangenomen hadt, af te geven aan zijne moeder. De jongen is gestorven.

Op 27 December is Josef in eene zinke kist gedaan op het kerkhof te Hansbeke begraven, om later naar Meerle te halen. Vital Antonie en Hortence waren er na toe gerezen. Het was regen geheel den dag.

Woensdag 1 januari 1919

Heden beginnen wij een nieuw jaar, het is te hopen dat het gunstiger weze als 1918, en dat het dan goede vrede brenge, wij zijn nog maar in den wapenstilstand, maar de vrede onderhandelingen zullen rond 5 January beginnen.

Vandaag is het weder beter.

Er zijn in Maxburg 3 werklieden aangehouden, men zocht den bestuurder Meyers Bonnet ook te hebben, maar hij is langs eene achterdeur weten te ontsnappen en verblijft in Holland.

Bij Henri de Meester heeft men komen zien hoeveel geld ze in huis hadden en uitgewisseld met de marken (10 000 fr.) ook bij de andere smokkelaarsbazen.

In Turnhout waren zoo vele aangehoudene dat er in de gevangenis maar 25 cellen meer beschikbaar waren.

Overal hoort men men van stelen rooven moorden in soldaten verkleed en met revolvers gewapend. Alle maar om geld, alles is weer zeer duur. Rooie verkens 9 à 10 fr. de kil. Eyeren weeral 1 tot 1, 25 per stuk. Boter kan met niet krijgen, de prijs is 10fr, maar rondloopers geven meer en koopen alles op, boter, eyeren, spek, enzo. zoo dat het erger is dan voor den oorlog. Er is nog weinig beterschap te zien. Boeren doen de beurs vol.

Dinsdag 31 december 1918

Redelijk weder.

Vandaag komt er een inspecteur (Vloebergs) de uitwisseling naar zien. Hij is niet goed gezind op de secretarisch omdat hij zijne bevelen niet volbrengt over de uitbetaling der werkloozen. Jos Willems boschwachter bij G. Voortman bekomt maar 70 per maand, die moet 15 fr bij hebben per quinzaine, hij doet het in geld betalen. Secretaris was naar Antwerpen met zijne kasbons.

Deze avond hertellen wij nog eens de marken, er is nog eene kleingheid bij gekomen, wij zijn nu aan die in vier kassen bij ons aan ons bed staan. Ik verlang hun vertrek.

Zondag 29 december 1918

Minder regen, warmer.

Het is altijd maar ontvanst van Wilson. In Engeland is hij zeer prachtig onthaald.

Er is weinig nieuws, de gazetten komen onregmatig, den tram rijdt nu al eenige dagen niet meer door naar Rijsbergen (oorzaak marken smokkel). Bij Frans Michielsen Schrickx te Hoogstraeten is een onderzoek geweest en heeft men de zegels gelegd. Er waren weinig of geene papieren, hij hadt de gewoonte alles te verbranden. hij looide voor de Duitschers, mocht dan een derde verkoopen, dus aanzien als hulp verleender aan de vijand.